Rooms-Katholieke Parochie Boxmeer

* Hoofdpagina

* Actueel

* Kind en Kerk
 

* Vieringen

* Werkgroepen

* Koren

* Pastores

* Bestuur

* Beleid

* Inspiratie

* Kerkgebouw

* Geschiedenis

* Overweging

* Archief

* Links


 

 


Overwegingen jaar A

Archief jaar B 

Overweging Karmelfeest op zondag 17 juli 2011
(Johannes 2, 1-11)

De afgelopen dagen heb ik alle passages in de evangelies die iets zeggen over Maria nagelezen. Met verbazing ontdekte ik dat Maria op geen enkel moment commentaar levert op de gebeurtenissen die ze meemaakt. Commentaar zou in mijn ogen terecht zijn omdat het haar eigen kind betreft. Het lijkt me toch niet vanzelfsprekend dat je zomaar laat gebeuren dat je kind gevangen wordt genomen en wordt veroordeeld, terwijl hij niets anders voorheeft dan de liefde van God voor mensen zichtbaar te maken, handen en voeten te geven.

Natuurlijk zijn de evangelies later geschreven. Ze zijn ook geen verslag van de emoties van het moment zelf. Ze zijn een geloofsreflectie van de eerste geloofsgemeenschappen op alles wat Jezus in zijn leven heeft gedaan en geleefd; over alles wat hij over God, Zijn Vader, heeft verteld; over de liefde van God voor mensen die Jezus ten volle heeft geleefd en concreet gemaakt ten einde toe; ja tot op het kruis.

Maria levert nergens commentaar op wat haar overkomt. Natuurlijk vraagt zij wel als de engel haar aankondigt dat ze de moeder wordt van Gods Zoon hoe dit kan, omdat ze geen gemeenschap heeft met een man. Natuurlijk vraagt ze wel als Jezus achterblijft in Jeruzalem en ze hem terugvinden in de tempel: “Waarom heb je ons dit aangedaan?” Maar dan staat er dat ze alles bewaarde in de stilte van haar hart. Wat ze meemaakt draagt ze in stilte mee in haar hart. Met deze houding drukt ze haar vertrouwen uit in Gods bedoelingen. Met deze houding laat ze zien dat haar woorden “Mij geschiede naar uw woord”, woorden zijn die uitdrukken hoe ze met grote toewijding haar “Ja” invult in haar leven.

Als er vandaag in het evangelie staat dat Maria tegen de bedienden zegt: “Doe maar wat Hij u zeggen zal, wat het ook is”, drukt ze hiermee haar vertrouwen uit. Tevens draagt zij dit vertrouwen over op de bedienden. Haar vertrouwen en het vertrouwen van de bedienden worden niet beschaamd. Door haar houding wordt Maria de vrouw die ons leert met vertrouwen in het leven te staan.

Persoonlijk denk ik dat Maria vanwege haar houding om met vertrouwen in het leven te staan door veel mensen wordt opgezocht. Mensen die naar Maria gaan weten heel goed dat zij niet zomaar hun problemen en hun zorgen kan oplossen. Zulke wonderen gebeuren maar zelden of nooit. Mensen ontmoeten in Maria wel de stilte waarmee ze kunnen dragen wat er in hun leven is. Mensen ontmoeten in Maria wel dat ze met vertrouwen in het leven kunnen staan ondanks de menselijke zorg en pijn die hun deel is. Mensen ontmoeten in Maria de rust waarin een mens kan groeien naar inzicht in Gods bedoelingen met hun leven. Mensen groeien in contact met Maria naar een aanvaarding van wie ze zijn zonder commentaar te leveren ten nadele van zichzelf en anderen.

Door de eeuwen hebben de Karmelieten Maria ervaren als de vrouw die met vertrouwen in het leven stond. Zij leerde de Karmelieten met vertrouwen te leven toen de Karmelieten weg moesten uit het Karmelgebergte en zich gingen vestigen in Europa. Ze leerde de Karmelieten dat Gods bedoelingen alleen maar zijn dat mensen er mogen zijn, dat ze tot hun recht komen zoals God ze bedoeld heeft. Ze leerde de Karmelieten te vertrouwen op God en Zijn aanwezigheid te leren zien in en doorheen de omstandigheden van hun leven in welke omstandigheden ook. Ten diepste leert zij ons de stilte waarin een mens groeit naar een “ja zeggen” tegen het leven, tegen de eigen levensweg; tegen de eigen levensroeping, tegen het eigen verlangen mens te mogen zijn in alle volheid.

Op het einde van het feest was er de beste wijn. Overigens tot verbazing van de ceremoniemeester die de bruidegom ter verantwoording roept. Hij weet niet wat er is gebeurd, de bedienden wisten het wel. Ik zou hier uit willen afleiden dat het vertrouwen waarmee we in het leven staan ons iets anders brengt dan het vanzelfsprekende. Wellicht brengt het ons dat we met vreugde en dankbaarheid leren leven doorheen de wederwaardigheden van het leven. Wellicht leert het ons dat met vertrouwen in het leven staan betekent dat we verder kijken dan het moment, met zijn belevingen en met zijn emoties. Wellicht leert het dat stilte en vertrouwen de werkelijkheid van God openen in het alledaagse van het leven. In gebeurtenissen van het leven wordt God gezocht en gevonden als een God die er alles voor over heeft als mensen maar tot leven/Leven komen.

Tjeu Timmermans


De ziel van de Vaartprocessie als cultureel erfgoed

juni 2011

De Dr. Peelen Cultuurprijs wordt ieder jaar door de gemeente Boxmeer uitgereikt aan een persoon, aan een organisatie of aan een stichting die zich sterk heeft gemaakt voor het culturele leven in de gemeente Boxmeer. De Boxmeerse Vaart was dit jaar genomineerd voor deze prijs. In stijl presenteerde de stichting zich met een powerpointpresentatie en met flambouwen, vaandels en enkele kinderen als engel, blauw en rood manneke gekleed. De prijs werd door het comité toegekend aan de stichting het Koningskerkje te Vierlingsbeek. Een oprechte gelukwens waard. Tijdens Boxmeer Cultureel werd dit bekend gemaakt en werd ook de prijs uitgereikt. Het was een feestelijk gebeuren.

De Boxmeerse Vaart kent een lange traditie die door generaties mensen uit Boxmeer door de eeuwen heen is gedragen en bewaard. De Vaart is een processie die trekt door de straten van Boxmeer. De Vaart is een cultureel gebeuren dat in de kern verbonden is met het feit dat Boxmeer meer dan zes eeuwen lang een bedevaartplaats is ter ere van het heilig sacrament. Wat is dat heilig sacrament? Het brengt ons terug naar het leven en sterven van Jezus Christus.

Op het einde van zijn jonge leven, vlak voor hij gevangen werd genomen, werd veroordeeld en werd gekruisigd, nam Jezus afscheid van zijn leerlingen die drie jaren met hem waren opgetrokken. Hij deed dit tijdens het Joodse Paasfeest. Dit Joodse Paasfeest was het grote feest van de bevrijding uit onderdrukking en slavernij van het Joodse volk. Dit Joodse Paasfeest werd gevierd met een feestelijke en speciale maaltijd. Tijdens deze maaltijd deed Jezus iets heel bijzonders en iets heel belangrijks. Hij nam brood. Hij zegende dit brood. Hij brak het en gaf het rond aan zijn leerlingen. Hij zei daarbij: “Dit brood ben ik zelf. Ik breek mijn leven voor jullie. Jullie moeten jullie leven breken voor elkaar en voor anderen zoals ik dat voor jullie heb gedaan”. Tijdens deze maaltijd nam hij ook een beker met wijn. Hij zegende deze wijn. Hij gaf de beker rond aan zijn leerlingen. Hij zei daarbij: “Deze beker met wijn is mijn leven, mijn levenskracht, die ik weggeef voor jullie opdat jullie ervan kunnen leven. Mijn leven en mijn bloed geef ik weg voor jullie opdat jullie mogen leven en jullie jullie leven weg mogen geven opdat anderen kunnen leven”. Wat Jezus toen deed is het heilig sacrament. Wat Jezus deed gedenken en wat we steeds weer vieren als we in de kerk de H. Mis of de H. Eucharistie vieren.

Het gebaar van breken en delen zoals Jezus dat deed op de laatste avond van zijn leven is een heel indringend en mooi gebaar. Door de eeuwen heen zijn er in de kerk heel veel tijdgebonden discussies geweest over de interpretatie van dit gebaar. Daar zijn allerlei theologische termen voor die ik hier achterwege laat. Belangrijk is dat in dit gebaar van breken en delen altijd Jezus Christus’ aanwezigheid werd gevierd. Om dit te accentueren is meer dan zes eeuwen geleden - in een periode dat er heel veel tijdgebonden discussies waren en er veel tijdgebonden vragen leefden - Boxmeer een bedevaartplaats geworden ter ere van het heilig sacrament; het breken en delen van Jezus en zijn aanwezigheid in dit breken en delen.

De Vaart is in de kern de processie waarbij de bedevaartgangers tot uitdrukking brachten dat zij met hart en ziel vertrouwd waren met het breken en delen van Jezus en dat zij met hart en ziel geloofden dat Jezus aanwezig is in het breken en delen zoals dat in de H. Mis en de H. Eucharistie wordt gevierd; in ieder breken en delen van mensen in Jezus naam of in zijn voetspoor.

De Vaartprocessie is een processie waarin groepen mensen, volwassenen en vooral kinderen, het feestelijke karakter bepalen. Dit feestelijke karakter is ter ere van het breken en delen in Jezus naam. De Vaart is daarmee een getuigenis dat het breken en delen van Jezus zowel toen als nu wezenlijk is in een wereld waarin zoveel problemen zijn, waarin zoveel mensen lijden aan ziekten, waarin zoveel mensen lijden aan geweld, waarin zoveel mensen de dupe zijn van oorlog, van misbruik, van verkrachting, van discriminatie, van armoede, etc..

Als binnenkort de Vaart door de straten van Boxmeer trekt is het goed om te genieten van het schouwspel. Ik hoop ook dat we beseffen dat dit culturele gebeuren raakt aan de kern van het christelijke geloof, namelijk het breken en delen van Jezus Christus die zijn leven gaf omwille van een wereld waarin gerechtigheid, liefde en vrede een geleefde werkelijkheid is voor iedere mens.

Ik vind het fantastisch dat Boxmeer meer dan zes eeuwen juist met betrekking tot dit centrale gegeven van ons christelijke geloof een bedevaartsplaats is. Het is fantastisch dat de Vaart hiervan de uitdrukking is. Ik vind het fantastisch als we beseffen hoe de Vaart ons stil doet staan bij de kern van ons christelijk geloof en ons uitnodigt ons in die traditie te plaatsen en er vanuit te leven. De Vaart is met zijn culturele aspecten drager van het toekomstperspectief dat God en Jezus Christus aan onze wereld hebben willen geven. Dat iedere mens in het breken en delen mens wordt naar Gods beeld.

Zoals een monumentaal gebouw het beste bewaard blijft voor de toekomst als er in gewoond, geleefd en gewerkt wordt, zo lijkt mij de Vaart het beste als cultureel erfgoed naar de toekomst toe gedragen en bewaard te worden wanneer we de kern van de Vaart blijven vertalen en verstaan in de taal van onze tijd.

Tjeu Timmermans, karmeliet en pastor-teamleider

Overweging 4e zondag van Pasen

Petrusbasiliek 15 mei 2011

Lezingen: Hnd 2,14a-.36-41; Jo 10,1-10

Zusters en broeders,

Het evangelie volgens Johannes biedt ons vele wegwijzers om onze geestelijke weg te gaan. Bij lezing van dit evangelie in zijn totaliteit valt ons onmiddellijk het geheel eigen karakter en zijn uitzonderlijke diepte op. De tekst van dit evangelie wil ons begeleiden op onze weg naar God en ons invoeren in het geheim van God. Het Johannesevangelie is de uitdrukking van een weg die wij mensen kunnen gaan: een weg die begint bij het niet weet hebben van God, en die eindigt bij het leven in God. Al in de proloog van dit evangelie staat het geheel van onze geestelijke weg uitgedrukt. Niemand heeft ooit God gezien. Maar doordat het woord van God mens is geworden en bij ons heeft gewoond, hebben wij het vermogen ontvangen kinderen van God te worden.

Het boek van Johannes wordt gekenmerkt door bijzondere tekenen en door diepgaande gesprekken die veel te denken geven. Steeds kunnen we ervaren dat, als we ons engageren met de tekst van dit evangelie, we worden binnen gevoerd in het geheim van God. Het nachtelijk gesprek van Jezus met Nicodemus, het gesprek met de Samaritaanse vrouw, de maaltijd met het volk en de daarop volgende gesprekken over het brood dat uit de hemel is neergedaald, de twistgesprekken met de farizeeën naar aanleiding van de genezing van de blindgeboren man, de gesprekken met Martha en Maria naar aanleiding van de dood van hun broer Lazarus, de afscheidsgesprekken op de laatste avond van Jezus’ leven: al deze juweeltjes van vertelkunst willen ons in contact brengen met de oorsprong en met de bestemming van ons bestaan. Ze willen ons in verbinding brengen met God zelf. Ze willen ons ertoe brengen dat God woont in ons en dat wij wonen in Hem. Dat horen we steeds als een refrein terugkeren. Al die verhalen en gesprekken willen ons brengen tot een verbondenheid met God, zoals die er ook was tussen Jezus en God, tussen de Vader en de Zoon. Ze willen ons opnemen in de relatie van Jezus en God, zodat God ook in ons kan wonen en wij in God kunnen wonen.

Vandaag hebben we gehoord in de evangelielezing hoe Jezus vertelt over een schaapstal, en over hoe dat gaat met schaapstallen. Hoe de herders hun schapen ’s avonds naar de schaapstal brengen en hoe ze ’s morgens hun schapen naar buiten roepen. Daarbij doet hij een beroep op de gewone alledaagse ervaring. Wie niet de gewone weg neemt door de deur, zal zeker kwade bedoelingen in de zin hebben. Het beeld is ontleend aan de gewone dagelijkse werkelijkheid van ons allemaal. Maar het geeft meerdere ingangen tot het geheim van Gods werkelijkheid. Het is verassend dat in het gedeelte dat u zojuist gehoord heeft, Jezus de mogelijkheid om tot God te geraken benadert vanuit de invalshoek van de deur van de schaapstal. “Ik ben de deur,” zegt hij tot tweemaal toe. Wie door de deur naar binnen gaat, zal gered worden en leven bezitten en wel in overvloed. Het gaat hier om leven zoals dat steeds in het Johannesevangelie is bedoeld. Het is leven in God. Het is thuiskomen in onze oorsprong en in de uiteindelijke bestemming van ons bestaan. Leven is wederzijdse inwoning. God die woont in ons en wij die wonen in God. Leven is bestaan vanuit de liefde die God ons geschonken heeft. Leven is geraakt worden door Gods initiatief naar ons toe en op dat initiatief van God naar ons toe ingaan. In de eerste brief van Johannes wordt het verder uitgelegd. Niet wij hebben God eerst liefgehad, maar Hij heeft ons liefgehad door ons zijn zoon te zenden en zo de toegang tot Hem mogelijk te maken. Als Jezus zegt dat hij de deur is, betekent dat dat wij door hem tot God mogen naderen en in God mogen wonen.

Maar de tekst spreekt ook over uitgaan. Als iemand door mij binnengaat, zal hij gered worden. Hij zal in- en uitgaan en weide vinden. Ingaan in Gods liefde, in hem wonen is niet het einde van de beweging. Wie verder leest in de eerste brief van Johannes ziet dat ook dit wordt uitgelegd. We lezen daar: Als God ons zozeer heeft liefgehad, moeten we ook elkaar liefhebben. De liefde die God ons aanbiedt, maakt niet alleen een ingaande beweging mogelijk, zodat wij in God kunnen wonen en God in ons. Zijn liefdesinitiatief roept ook op tot een uitgaande beweging; een beweging om Gods liefde uit te dragen. Zo kan de wereld waarin wij leven Gods woonplaats worden. Wanneer Gods liefde in ons zichtbaar wordt, kunnen wij die uitdragen, zodat ook anderen de liefde waarmee God ons heeft liefgehad, kunnen ervaren. Het behoort tot onze roeping om de bevrijding en de liefde die we zelf ervaren hebben, uit te dragen en verder te brengen. De wereld die soms van God geen weet lijkt te hebben, kan door onze uitgaande liefde worden geheiligd. Zij kan Gods woonplaats worden. Hemel en aarde worden dan één. Een plaats voor God en mens.

p. Huub Welzen o.carm.

“Een Paasverhaal dat doorgaat”. 

Gildezondag 5 mei ’11, Petrusbasiliek Boxmeer

Lezingen: Hand. 2,14.22-33; Luk.24,13-35

Beste Gildebroeders en – Zusters,
Beste Medegelovigen,

Het bekende evangelieverhaal vandaag over de twee leerlingen van Emmaüs is een Paasverhaal. Het behoort tot een vijftal verrijzenisverhalen die Lukas bijeen heeft willen schrijven in het laatste hoofdstuk van zijn evangelie. Zonder deze tradities die blijkbaar in de eerste christengemeente van Jeruzalem werden doorverteld, zou zijn blijde boodschap over Jezus niet af zijn geweest.

Jezus’ leven leek een tragische mislukking, maar was het niet. Hij is niet met zijn kruisdood en begrafenis in het graf van Jozef van Arimatea verdwenen.
Hij leeft! Zijn boodschap gaat door en komt langzaam tot leven in aanvankelijk verslagen leerlingen, maar nu geraakt door een ervaring met de verrassende aanwezigheid van de Heer, die blijkt te leven.

Zij raakten vol van zijn Geest die hun ogen opende. Het bevrijdende Woord dat Jezus had verkondigd, toen Hij bij hen was, ging nu pas leven in hun herinnering. Ze werden buitengewoon enthousiast. En in gebed bijeen bereidden ze zich voor om dit alles van de daken te gaan verkondigen. Dit werd het slot van de Blijde Boodschap volgens Lukas.

Terug naar de Paasverhalen met de ervaringen en getuigenissen van de Heer die leeft.
Enkele toegewijde vrouwen uit Galilea, ook leerlingen van Jezus, waren ’s morgens vroeg naar het graf gegaan om hem alsnog te balsemen. Ze kregen een verschijning en raakten ervan overtuigd dat ze Hem niet moesten zoeken bij de doden. En als eerste getuigen vertelden zij aan de mensen die Jezus van nabij hadden gevolgd dat hun Heer leefde.
Men kon het niet geloven. Andere leerlingen, onder wie Petrus, gingen ook kijken naar het graf dat leeg was. Zij mochten eveneens de aanwezigheid van de lévende Heer ervaren. Ze werden er diep door geraakt. Teleurstelling en angst voor de vijandige machten die Hem ter dood brachten verdwenen.

Het tot leven komen van de herinnering speelt een belangrijke rol in de ontmoeting met de Verrezen Heer, in het open gaan van de ogen.
Herinneringen aan wat Jezus had gezegd en gedaan, herinneringen ook aan wat óver Jezus was gezegd en voorzegd, “te beginnen bij Mozes en al de profeten”. Het kwam allemaal terug in het geheugen, het drong nu pas tot hen door.

Zo’n wonderlijke ervaring hadden ook de leerlingen van Emmaüs: pas toen de niet herkende Jezus met hen aan tafel zat, en het brood brak, gingen hun ogen open en raakte hun hart vol vuur. Ze konden het niet meer vóór zich houden, ze moesten naar Jeruzalem terug om deze grandioze ervaring van de levende Heer te delen met de Elf die reeds door de ervaring van Simon Petrus waren overtuigd.

Het getuigenis van hen die de Levende hebben ontmoet heeft aanstekelijk gewerkt. Als een lopend vuur ging het rond en de Geest van de Verrezene zette mensen in beweging, tot op de dag van vandaag, de hele wereld over.
En zo groeide de eerste christen-gemeenschap als een ’communio’ rond de Levende Heer, waarin allerlei roepingen, taken, gemeenschappen en diakonieën ontstonden , als vruchten van de Geest, overeenkomstig de behoeften en noden van de velen die zich aansloten bij “de mensen van de Weg” zoals de eerste christenen werden genoemd.
Bewogen en gestuwd door de Geest van de verrezen Heer zijn zij de hele wereld overgegaan. Ontelbare harten gingen open voor de Levende sindsdien.

Meer dan 20 eeuwen, Zusters en Broeders, wordt deze ‘Jezus die leeft’ herkend in het breken van het Brood, wordt zijn gedachtenis gevierd (zoals hier vandaag in Boxmeer, 2011) in het herinneren van zijn bevrijdend Woord en het doen van zijn ‘nieuw gebod’, nl. de liefde. Alles echter in menselijke kwetsbaarheid en gebrokenheid, maar vanuit een oprecht verlangen goed te willen zijn en vol zorg, zoals Jezus was en ons voorleefde.

Als Gildebroeders en –Zusters van het H. Bloedsgilde vinden ook wij onze wortels in deze eeuwenlange christelijke traditie.
Het evangelie vandaag over de Emmaüsgangers, die de Heer herkenden in het breken van het Brood, wijst ook ons gildeleden direct op onze verbondenheid met de Eucharistie, op wat Jezus deed met Brood en Beker op de avond voor zijn lijden en dood.

Daarom wordt dit paasverhaal van de leerlingen van Emmaüs ook ons paasverhaal, niet alleen doordat wij de levende Heer herkennen in het breken van het Brood en het delen van de Beker, en doordat wij vol zichtbare zorg en eerbied zijn voor dit Heilig Sacrament, maar ook omdat wij zijn bevrijdend woord ons herinneren en in ons leven ‘werk willen maken’ van gerechtigheid, liefde en barmhartigheid. Dat de Levende werkelijk in ons leeft, wordt zichtbaar in ‘vruchten van de Geest’ die Jezus, opgestaan tot nieuw leven, in ons voortbrengt.

Het paasverhaal, dat Jezus echt een levende werkelijkheid is, gaat door, ook in ons, ook in de bescheiden maar belangrijke dienstbaarheid van ons Boxmeerse Heilig Bloedsgilde. Misschien vraag je: “Hoezo dan?” De woorden van Sint Paulus tot de christenen van Rome - ook hij een getuige geworden van de Heer die leeft -, zijn woorden maken ons alert, en zijn ons tot inspiratie:
‘Respecteer elkaar als broeders en zusters….wees ijverig bij uw werk en verwaarloos uw taak niet…..wees dienstbaar aan mensen in nood….wees gastvrij voor vluchtelingen die bij u onderdak zoeken…deel met uw medemens uw vreugde en verdriet….leef in harmonie met elkaar…..doe niet uit de hoogte, maar blijf heel gewoon….heb het goede voor met alle mensen’ (vlg. Rom.12,9-12).

Zusters en Broeders,
Bidden wij vandaag dat zo in ons, geraakt door de Geest van Jezus Messias die onder ons leeft, ons paasverhaal door gaat tot ons aller Vrede en Vreugde, op deze dag, en altijd.
AMEN

pater Falco Thuis

In veranderingen groeien in dankbaarheid, hoop en vertrouwen

De afgelopen weken hielden verschillende gebeurtenissen mensen bezig. Het oude ziekenhuis werd langzaam maar zeker ontmanteld. Iedere dag stonden er grote verhuiswagens die kasten, bedden, medische dossierkasten, medische apparaten en huishoudelijke artikelen overbrachten naar het nieuwe ziekenhuis. Ten slotte kwam de klap op de vuurpeil met de verhuizing van de bedlegerige en zieke patiënten. De hele verhuizing verliep volgens een uitgestippeld plan. Een gigantische operatie waarbij het leger werd ingeschakeld. Een staaltje van goede planning en organisatie. Opeens wordt duidelijk hoe ingrijpend veranderingen en verhuizingen zijn. Alles is nieuw en nog niet vertrouwd.

In dezelfde periode vindt er ook in het verzorgingshuis “De Elsendonck” een verhuizing plaats. Mensen verhuizen van de oudbouw naar de nieuwbouw. Deze nieuwbouw is de eerste fase van een totale vernieuwing van “de Elsendonck”. Het nieuwe gedeelte doet ruim aan. De kamers voldoen aan de eisen die vandaag aan de dag door de overheid gesteld worden. Iedere kamer heeft een leefruimte, een slaapruimte en een badruimte, die allemaal gemakkelijk toegankelijk zijn, ook voor mensen die gebruik moeten maken van een rolstoel. Voor de bewoners is de verhuizing een hele klus. Ze weten dat ze er op vooruit gaan. Toch is het wennen. Waar vind ik dit, waar vind ik dat. De nieuwe woonruimte moet nog eigen en vertrouwd worden.

Terwijl het nieuwe ziekenhuis in gebruik wordt genomen en in “de Elsendonck” mensen bezig zijn met een interne verhuizing gaan mensen uit Boxmeer en omgeving met het Lourdesfonds en de nationale bedevaartorganisatie op bedevaart naar Lourdes. Ook een hele operatie. Op Koninginnedag vertrekt in alle vroegte de bus met mensen vanaf het Weijerplein naar Frankrijk om vlak over de Franse grens over te stappen in de snelle TGV-trein. Op Koninginnedag zijn we in de avond al in Lourdes. De oude bedevaarttrein die voorheen de mensen naar Lourdes bracht rijdt niet meer. Het oude vertrouwde is niet meer. De gezellige coupé’s waarin je met vier mensen de reis en de nacht doorbracht zijn niet meer. De oude trein heeft plaats gemaakt voor een karavaan aan bussen die vanuit heel Nederland bij elkaar komen over de Franse grens. Ook hier is het wennen. Het is wel mogelijk mensen die ziek zijn of lichamelijke beperkingen hebben goed te vervoeren per bus en per snelle TGV-trein.

groepsfotolourdes

Allemaal veranderingen die een beeld zijn van ons leven. Ieder ervaart en beleeft de veranderingen in zijn of haar leven op een heel eigen manier, hoewel in veranderingen altijd elementen zitten die gemeenschappelijk zijn. De veranderingen in de puberteit betekenen voor iedereen een weg naar volwassenheid. Toch wordt door iedereen die weg heel verschillend beleefd en ervaren. De groei naar eigen identiteit is gemeenschappelijk. Toch is ieders eigen identiteit heel persoonlijk. Het aangaan van een relatie in liefde is zo gewoon en zo gemeenschappelijk. Toch is geen enkele relatie hetzelfde. Voor iedere relatie geldt dat er aandacht en tijd in geïnvesteerd moet worden om werkelijk te groeien in liefde en in verbondenheid. Ook dit is weer heel uniek en persoonlijk. Geen enkele relatie is een kopie van een andere relatie. Steeds weer moeten beide partners investeren in de relatie op een eigen en unieke manier. Iedereen verlaat op een bepaald moment het ouderlijk huis om zijn eigen leven op te bouwen. Het is zo vanzelfsprekend en gemeenschappelijk. Toch geldt ook hier dat ieders weg naar zelfstandigheid eigen en persoonlijk is. Met vallen en opstaan groeit ieder mens naar zijn eigen maat. Met vallen en opstaan wordt iemand zelfstandig. Met vallen en opstaan wordt iemand wijs. Het is in onze samenleving zo vanzelfsprekend dat mensen van baan en huis verwisselen vanwege de omstandigheden waarin ze komen te verkeren. Als kinderen het huis verlaten ontstaat er voor ouders ruimte voor henzelf, ruimte voor hun kleinkinderen, ruimte voor een andere levensinvulling dan voorheen. Het is allemaal zo vanzelfsprekend. Toch is het voor ieder anders en doet ieder het op zijn eigen manier. Ieder wil graag oud worden, maar oud zijn is vaak moeilijk omdat krachten wegvallen en de beperkingen toenemen. Ook hier een grote verandering die zich voltrekt. Vaak opnieuw afhankelijk worden van anderen, die ondersteunen en met zorgende handen aanwezig zijn.

Een verhuizing van een ziekenhuis is te plannen en te regelen. De interne verhuizing in “de Elsendonck“ is een kwestie van organiseren. Een bedevaart naar Lourdes vraagt om een goede planning en een goede organisatie. Hoe beter gepland en georganiseerd des te groter is de kans dat alles vlekkeloos verloopt.

tjeuvoorgangerlourdes lourdesgroep tjeuvoorgangerlourdes2

In ons persoonlijk leven kunnen we veel plannen en organiseren. Het is ook geweldig dat we dat kunnen doen. Maar het leven gaat zijn eigen gang. Plotseling gaat het anders dan gepland, gedacht of gewenst. Plotseling is er ziekte, is er lijden, is er pijn, is er scheiding, is er verdriet en rouw. In zulke situaties ontdekken we dat het niet allemaal vanzelfsprekend is. De veranderingen in ons leven nodigen ons uit te groeien in dankbaarheid als het goed met ons gaat. De veranderingen in ons leven nodigen ons uit met hoop en vertrouwen in het leven te staan, waarin we op een nieuwe en positieve manier leren omgaan met wat er in ons leven gebeurt.

Wellicht is het goed te beseffen dat de Maasheggen schitterend bloeiden en een pracht uitstraalden, terwijl de mensen van het oude naar het nieuwe ziekenhuis verhuisden, terwijl in “de Elsendonck” de interne verhuizing plaatsvindt en de Lourdesreis anders is opgezet. Een mooi beeld om met vertrouwen in het leven te staan en te zien hoe mooi wijzelf, andere mensen en de natuur in zichzelf is. Wat een mooi beeld om met dankbaarheid, met hoop en met vertrouwen in het leven te staan.

Tjeu Timmermans, karmeliet en pastor teamleider


Beloken Pasen Petrus basiliek 1 mei 2011

Lezingen: Hand. 2, 42-47; Joh. 20, 19-31

Beste Medegelovigen, Zusters en Broeders,

Meer dan anders door het jaar wordt in deze tijd rond Pasen gesproken over de verrijzenis, over al of niet geloven in de opstanding van Jezus.
Sommigen geloven niet meer in ‘sprookjes’, zeggen ze dan. Deze dagen vroeg een bekende tv-journalist aan een priester die uitleg had gegeven over de betekenis van Pasen voor Christenen: “Gelooft u nou zelf ook echt in de opstanding uit de dood van Jezus?”
De priester gaf een waardig en authentiek getuigenis van zijn geloof, dat overigens de tv-man niet overtuigde. Men komt niet voorbij de gedachte dat een dood lichaam niet opnieuw kan leven. 

Geloven in de verrijzenis van Jezus is niet vanzelfsprekend. Toch noemt St. Paulus dit moeilijke geloofspunt wezenlijk voor ons christelijk geloof. Zonder geloof in de verrijzenis, zegt hij, zou heel ons christenzijn, ook al zijn we prachtige humane mensen voor elkaar, in de lucht komen te hangen. Ons eigen lijden, kruis en dood, en dat van de wereld, worden dan misschien wel, al of niet gelaten, geduld of aanvaard, maar niet echt bevraagd en aangesproken.

Vandaag in het evangelie van Johannnes gaat het nogmaals duidelijk over de verrezen Heer. Maar wie een hoofdrol speelt is de ‘ongelovige Tomas’, één van de twaalf leerlingen. Ook hij raakte niet overtuigd door het getuigenis van de andere leerlingen, die vol opwinding bij hoog en laag beweerden dat de Heer leefde. Ze hadden Hem gezien, toen Tomas er niet bij was. Tomas kon niet geloven wat zijn medeleerlingen vertelden over wat ze hadden gezien. Maar zo ongelovig was Tomas niet dat ook hij graag Jezus zou willen zien en ontmoeten, en zijn gekruisigde en gewonde lichaam aanraken.

Beste Mensen, twee keer hoorden we het woord ‘gezien’. Bij dit woord gaat het in dit evangelie over veel meer dan dat mensen een goede bekende al of niet weer hebben gezien. Blijkbaar gaat het over een ‘ontmoeten’ van een andere orde die ons aardse bestaan overstijgt. Het gaat over een ‘zien’ met andere dan fysieke ogen.

In die afgesloten verblijfplaats hadden de leerlingen, terwijl Tomas er niet bij was, een bijzondere ervaring van de Heer, gekruisigd en gestorven drie dagen geleden. Tot hun grote vreugde stond hij nu plotseling in hun midden. Tot twee keer toe zei Jezus: “Sjaloom”. De leerlingen herkenden zijn Vrede-woord en ze voelden zijn Geestkracht door hen heen stromen waardoor zij, als herschapen, in staat waren zijn messiaanse boodschap van vergeving en verzoening de wereld in te brengen.

Acht dagen later waren de leerlingen weer samen in die verblijfplaats met gesloten deuren. En Tomas was er nu wel bij. En weer stond de Heer plotsteling in hun midden met dezelfde groet “Vrede zij U “. ‘Sjaloom’ lijkt wel de ‘herkenningsmelodie’ van het nieuwe leven van de aanwezige opgestane Heer. Jezus sprak nu Tomas persoonlijk aan: “Kom hier met je vinger en bezie mijn handen…. leg je hand in mijn zijde en wees niet langer ongelovig, maar gelovig”. Vol geloof riep Tomas uit: “Mijn Heer en mijn God!”
Tomas had blijkbaar deze bijzondere genade van een gevoelige, tastbare confrontatie met de verrezen Heer nodig om helemaal overtuigd te zijn van de opstanding. Vandaar zijn duidelijke geloofsuitspraak: “Mijn Heer en mijn God”. Jezus prijst echter zalig degenen die deze tastbare ontmoeting op die manier niet ervaren, en toch geloven.

Dat Jezus, opgestaan uit de dood zo ‘het midden’ wordt van zijn leerlingen, die daardoor veranderen tot nieuwe mensen, vol geloof en Geestkracht in staat om ‘het aanschijn van de wereld’ te veranderen, noemt Johannes een teken dat Jezus de Messias is, die in de wereld moest komen.

Daarnaast heeft Jezus nog andere tekenen gedaan, opdat (zegt de tekst dan) ‘gij’, ‘wij’ door te geloven leven mogen in zijn Naam.

In de eerste lezing uit Handelingen 2 zie je een gemeenschap van eerste christenen waarbij de Verrezen Heer ‘het midden’ is geworden en hen heeft veranderd. Elke dag bracht de Heer meer gelovigen bijeen. Met elkaar bleven ze trouw aan de leer van Jezus, aan het gebed en het breken van het Brood. Ze zorgden dat niemand onder hen iets te kort kwam. Eenvoudig en blijmoedig leefden ze als in een gemeenschap van broeders en zusters, een messiaanse werkelijkheid, waarvan het Oude Testament had gedroomd.
Zij leefden vol geloof in ‘de Naam van Jezus de Christus, de Zoon van God'.

Zo kwam Tomas in de ontmoeting met Jezus, de Verrezene, tot vol geloof en werd ook zijn leven ‘leven in de Naam van de Heer’ en kwam bij hem terug in levende herinnering alles wat Jezus had gezegd over het Koninkrijk van gerechtigheid, liefde en barmhartigheid. Net als de overige leerlingen was hij vol van de Geest van Jezus om de boodschap van vreugde en vrede uit te dragen, een boodschap van licht en bevrijding uit duisternis en dood.

Beste Medegelovigen, wat mogen wij vandaag vooral meenemen uit het woord van de Schrift rond Tomas, die tot vol geloof kwam, na grote aarzeling en ongeloof in wat zijn medeleerlingen vertelden?
Tomas had de band met Jezus niet losgelaten na zijn kruisdood en begrafenis. Als Jezus zou leven, dan zou hij herkenbaar moeten zijn als de gekruisigde Heer. Hij verlangde ernaar deze Heer te zien, als dat waar kon zijn. Toen Jezus na acht dagen plotseling weer ‘in hun midden’ stond, ging ook Tomas ervaren dat het ‘zien’ van de Verrezen Heer de wetten van de aardse werkelijkheid overstijgt, en dat het meer de ‘ogen‘ van het gelovige en liefhebbende hart zijn waarmee hij de Heer mocht ontmoeten en beleven, en wel de Heer met de aanwezige tekenen van kruis en lijden in zijn verheerlijkt lichaam.
Tomas drukt zijn geloof in de opgestane Heer uit met volle overtuiging, zeggend: “Mijn Heer en Mijn God’. In zijn geloof weet Tomas nu heel zeker dat Jezus de Messias is, openbaring van Gods bevrijdende Aanwezigheid. De Naam ‘Jezus’ had voor Tomas immers altijd betekend: ‘God redt’, en God alleen. Nu had Tomas duidelijk mogen ervaren dat de
persoon van Jezus Messias, bevrijd van alle aardse banden, met name die van dood en graf, is opgestaan en leeft.
God en Zijn bevrijdende werkelijkheid is hier bezig met de mens. Zijn lichtende toekomst, die de mens zelf niet kan bedenken, mag hij in gelovige overgave van God ontvangen.

Wij bidden in deze viering van de Eucharistie, dat de verrezen Heer ook het ‘midden’ blijft van onze gemeenschap, en dat wij met de ‘gelovige Tomas’ mogen komen tot het volle geloof dat Jezus leeft, en dat ons leven, ook al is het getekend door de schaduw van het kruis, in gaafheid, heelheid en vreugde in God wordt geleefd en bewaard, over de dood heen. Amen.

pater Falco Thuis.  

Pasen, Verrijzenis en Leven
april 2011

Wat vieren we met Pasen? Dit is een vraag die veel gesteld wordt. Als de BLOS mensen in de winkelstraat interviewt antwoorden mensen heel verschillend. Dan hoor je antwoorden: de paashaas komt; het een lentefeest is; het is de dag dat we naar de meubelboulevard gaan. Natuurlijk hoor je ook dat het een christelijk feest is, dat het te maken heeft met Jezus. Pasen is voor mensen niet het gezellig, huiselijk feest zoals we dat bij kerstmis ervaren. Toch is Pasen het centrale feest in het christelijke geloof. Pasen is feest van het bevrijdend handelen van God in onze wereld. Pasen is het feest van het Licht en het Leven zoals ons dat in Jezus van Nazareth werkelijkheid is geworden. Het is het hart van de joods-christelijke traditie.

Het monument op het kloosterkerkhof achter de basiliek is bijzonder. Het beeldt op een mooie manier uit waar het met Pasen om gaat. Het waterbassin dat in twee delen wordt gesplitst is het beeld van de doortocht van de Joden door de Rode Zee op hun uittocht uit de onderdrukking door de farao van Egypte. Midden op de scheiding van de twee helften van het waterbassin staat een kruis met daaraan de christusfiguur. In het verlengde van de twee helften van het waterbassin rijzen twee zuilen, in baksteen opgetrokken, omhoog. Op de ene zuil staat het woord: “Verrijzenis”. Op de andere zuil staan de woorden: “En Leven”. De beweging van het monument is de doortocht van de Joden door de Rode Zee; vanuit de onderdrukking door de farao van Egypte naar de bevrijding, naar het nieuwe leven in het land van belofte; van dood naar leven. De Christusfiguur aan het kruis is niet alleen de lijdende Christus. Het is ook de verrezen en verheerlijkte Christus. De kunstenaar heeft de Christusfiguur zo gesmeed dat het lichaam aan het kruis open is, een open mantel gevormd tot een lichaam. De kunstenaar heeft willen uitdrukken dat verrijzenis en leven alles te maken hebben met de beweging die een weg gaat van onderdrukking naar bevrijding, van onrecht naar recht, van dood naar leven. Hij heeft ook willen uitdrukken dat deze beweging van dood naar leven, van onrecht naar recht, van onderdrukking naar bevrijding zich steeds weer opnieuw voltrekt. Hij heeft niet alleen willen aangegeven dat Jezus is gestorven, begraven en verrezen zoveel eeuwen geleden. Hij heeft juist ook willen aangeven dat het sterven en verrijzen van Christus nog steeds gebeurt. Voor hem is Christus steeds weer de lijdende maar ook de verrijzende Christus in mensen die lijden en uit dit lijden opstaan.

Daarmee is de gebeurtenis van de Goede week niet alleen van toen. We vieren met Pasen niet alleen de herinnering aan deze gebeurtenissen. We vieren de actualiteit van dat gebeuren toen in de omstandigheden van nu. Christus lijdt en sterft nog iedere dag in de kinderen die de dupe worden van huiselijk geweld; in de kinderen die hun levenlang de gevolgen ervaren van seksueel misbruik. Christus lijdt en sterft nog iedere dag in al die duizende onschuldige mensen die slachtoffer worden van oorlogen. Christus lijdt en sterft nog iedere dag in mannen, vrouwen en kinderen die ontvoerd en verhandeld worden. Christus lijdt en sterft nog iedere dag in het leed dat mensen overal ter wereld meedragen. Wie heeft niet de verschrikkelijke en alles verwoestende golven gezien die Japan troffen na de aardbeving. Duizende mensen zijn omgekomen. Nog vele duizenden zijn vermist. Talloze mensen zijn geëvacueerd om niet hun hele leven de gevolgen te ervaren van de radioactiviteit. Wie heeft niet de dreiging en de angst gezien en gevoeld die uitgaat van de kernreactoren in Fukushima die alsmaar radioactiviteit uitstralen. Rondom de centrale zal het langdurig een verlaten spookland zijn terwijl het voordien een levendige havenstad was. Wie heeft niet het leed en het geweld gezien in Libië en andere landen in Afrika en het Midden-Oosten. Mensen die de jarenlange onderdrukking zat zijn en vechten voor meer vrijheden. Zij willen leven en een toekomst opbouwen voor hen zelf en hun kinderen. Met geweld worden ze aangepakt. Talloze doden en gewonden zijn er te betreuren. Vernietigd is hun levensperspectief.

Christus lijdt en sterft nog iedere dag in het lijden en sterven van mensen overal ter wereld. Hij lijdt en sterft in het zinloze geweld dat mensen andere mensen aandoen omwille van hun eigen macht, hun eigen positie en hun eigen rijkdom. Hij lijdt en sterft in alle leed dat mensen overkomt. We bidden niet voor niets Lam van God dat de zondenlast van deze wereld draagt.

Als Christus iedere dag lijdt en sterft -Hij is de minste van de minsten geworden opdat in hem iedereen de moeite waard is en mag leven- dan mogen we ook zeggen dat Christus iedere dag de Verrijzende is in mensen die zo met elkaar omgaan dat er van hen liefde en leven uitstraalt. Dan mogen we zeggen dat in ieder begin van vrede Christus de Verrijzende is. Iedere crisis die mensen in hun persoonlijk leven te boven komen is een verrijzenis ervaring. Iedere crisis in de relatie tussen de volkeren die wordt omgevormd tot een samen leven in vrede is werkelijk een verrijzenis ervaring. Ieder ernstig conflict dat wordt bijgelegd ten gunste van menswaardig en eerbiedig omgaan met elkaar is een verrijzenis gebeuren. Het is indringend dat mensen in de Oosters Orthodoxe Kerken elkaar met Pasen aanspreken door te zeggen: De Heer leeft in ons midden. Hij wil in ons verrijzen.

In de Goede week en in het Paasfeest staan de beweging van lijden, sterven en verrijzen van toen en van nu centraal in Jezus Christus, die gehoorzaam is geworden tot de dood op het kruis en die uit die dood in het leven is geroepen. Hij is de Levende in ons midden.

Namens mijn collega’s Jo Wijnen en Bep de Vreede, namens het parochiebestuur, namens het parochiesecretariaat en alle vrijwilligers en namens de Karmelgemeenschap wens ik u allen een zalig Pasen.

Tjeu Timmermans, karmeliet en pastor-teamleider


Creativiteit en vindingrijkheid versiert het leven.
februari 2011


Ieder mens heeft zijn eigen talenten. Voor de een liggen zijn talenten in zijn kennis en zijn opleiding. Voor de ander op het communicatieve of sociale vlak. Mensen kunnen ook heel creatief zijn met taal, met klei, met verf, met glas, met muziek, met elektronica, etc.  Deze talenten worden ontwikkeld in het gezin, op school, of in de vrije tijd. Creativiteit geeft ons mensen eindeloze mogelijkheden om het leven in al zijn schoonheid zichtbaar te maken. Creativiteit en vindingrijkheid biedt ook de mogelijkheid mensen en hun leven te kleineren, te onderdrukken, te kwetsen en te doden. Het is duidelijk dat creativiteit en vindingrijkheid ten goede en ten kwade ontwikkeld kunnen worden. Voor dit moment beperk ik me tot die creativiteit en vindingrijkheid die het leven in al zijn schoonheid laat zien.

Mensen die in de derde wereld in armoede leven zijn vaak meesters in creativiteit en vindingrijkheid. Van hen wordt gezegd dat ze in staat zijn van niets nog iets te maken in hun leven. Ze laten daarmee een grote kwaliteit van leven zien. Niets is waardeloos. Alles kan gebruikt of hergebruikt worden. Vaak zijn zij keien in het delen van het weinige dat ze hebben, in het samen gebruiken van de eenvoudige materialen die ze tot hun beschikking hebben. Soms vormen ze kleine coöperaties om hun krachten te bundelen en hun levensomstandigheden te verbeteren. Het is een creativiteit en vindingrijkheid die zich richt op de primaire levensbehoeften. In deze eenvoudige omstandigheden genieten ze van het leven door hun verhalen, door hun muziek en hun dans. In hun eenvoudige levensomstandigheden weten ze het leven te vieren met eenvoudige middelen. Als je dit ziet en ervaart sta je verbaasd dat ze met hun creativiteit en vindingrijkheid de kwaliteit van hun leven zien ondanks hun armoede. 

Onze samenleving is gecompliceerd, stelt hoge eisen aan mensen. Het hoge verwachtingspatroon en de druk op mensen om te moeten presteren roept in mensen ook het verlangen wakker bij tijd en wijle deze druk en deze verwachtingspatronen te laten voor wat ze zijn. Op zo’n momenten ontwikkelen mensen aandacht voor schoonheid en creativiteit. Hoeveel mensen geven zich niet over aan het wandelen of het fietsen om te genieten van de natuur. Mensen maken muziek of zingen voor hun plezier. Mensen genieten van hun bridge drive. Mensen zoeken de stilte. Mensen ontwikkelen hun hobby. Mensen scheppen kunstwerken. Mensen spelen met woorden. Ze schrijven verhalen en gedichten. Mensen ontwikkelen het vermogen de zakelijke kant van hun leven in evenwicht te brengen  door hun creativiteit en hun vindingrijkheid. Het is geweldig dat er in Boxmeer zoveel koren en verenigingen zijn. Het is indrukwekkend dat in Vortum-Mullem de fanfare bij zijn eeuwfeest een professioneel avondvullend programma presenteert. Het is fascinerend met hoeveel kwaliteit in Sambeek de harmonie Semper Unitas een kerstconcert verzorgt. Het is veelbelovend dat de Boxmeerse harmonie een jongere generatie weet aan te trekken. Kortom, het leven krijgt kwaliteit. De aangename kant van het leven is van groot belang.

Deze aangename kant van het leven vinden we op vele manieren terug in het carnaval. Taal en muziek zijn bij uitstek aan de orde op de liedjesavond. Mensen proberen in woorden en muziek het alledaagse leven te vangen als een moment van herkenning voor anderen. De pronkzitting geeft mensen de ruimte om met humor de samenleving op de korrel te nemen. Met zang en dans, met tonpraten, met toneel en orkest wordt mensen in de zaal humorvol een spiegel voor gehouden. De ernst van het leven wordt bevestigd en gerelativeerd door er met humor naar te kijken. De lichtjesoptocht is feeëriek. Alleen al de kleurige verlichting tegen de achtergrond van de duisternis van de avond is feestelijk om te zien. Tegelijk zien we de creativiteit en vindingrijkheid van mensen op een eenvoudige of op een overweldigende manier te draak te steken met de maatschappelijke, politieke en kerkelijke werkelijkheid. De boerenbruiloft brengt de liefde en het familiaire onder de aandacht, terwijl de Metworst de ruimte is waarin gewedijverd wordt om het koningschap. Carnaval maakt de creativiteit en de vindingrijkheid los om de zwaarte van het leven voor enkele dagen te laten voor wat het is. Het leven is meer dan de ernst. Het leven is ook vreugde, liefde en feest.

De creativiteit van mensen is een groot goed. Leven is meer dan de zaak, meer dan het werk, meer dan de hardheid van de concurrentie, meer ook dan de complexiteit van de samenleving. Leven is de moeite waard gevierd te worden. Dit is niet alleen van vandaag. Het is van alle tijden. In de Bijbel is het Prediker die het leven probeert te doorgronden in de schoonheid van het leven en in de betrekkelijkheid er van. Hij vraagt zich af waar het in het leven om gaat. Hij zegt:

“Generaties gaan, generaties komen,
maar de aarde blijft altijd bestaan.
De zon komt op, de zon gaat onder,
en altijd snelt ze weer naar de plaats waar ze op zal gaan.
De wind waait naar het zuiden,
dan draait hij naar het noorden.
Hij draait en waait en draait,
en al draaiend draait de wind weer terug.
Alle rivieren stromen naar de zee,
toch raakt de zee niet vol.
De rivieren keren om,
ze gaan weer naar de plaats waar ze vandaan komen
en beginnen weer opnieuw te stromen.
Alles is vermoeiend,
zozeer dat er geen woorden voor te vinden zijn.
De ogen van een mens kijken, en vinden geen rust,
zijn oren horen, en ze blijven horen.
Wat er was, zal er altijd weer zijn,
wat er is gedaan, zal altijd weer worden gedaan.
Eigenlijk is er niets nieuws onder de zon.
Geniet van het leven,
beleef vreugde aan de dagen want ze zijn zo voorbij”.

Tjeu Timmermans,
karmeliet en pastor teamleider

Zondag van de eenheid;

Oecumenische viering, 23 januari 2011

 

In hoofdstuk twee van de Handelingen van de Apostelen lezen we “Allen die het geloof hadden aanvaard, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk. Ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden. Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk.”

Allereerst is hier sprake van een gemeenschap van mensen die het geloof hebben aanvaard. Het zijn mensen die door God en door de persoon van Jezus geraakt zijn en die, in navolging van Jezus, Gods bevrijdende boodschap met hun leven gestalte geven. In de omstandigheden van hun tijd maken ze zichtbaar dat ze zich door Gods bevrijdende boodschap laten oriënteren in hun leven van alle dag.
 

Vanuit hun door God geraakt zijn en vanuit hun betrokkenheid op Jezus bouwen ze een gemeenschap waarin Gods bevrijdende boodschap handen en voeten krijgt. Ze maken zichtbaar waar het Jezus om te doen is. Enerzijds is het een gestalte van het Koninkrijk van God. Anderzijds is het ook een voorafbeelding van waar het God om gaat met onze wereld en onze samenleving.

Ze komen iedere dag eensgezind samen in de tempel. Ze maken een beweging van samenkomen. Vanuit hun eigen situatie komen ze samen. In hun samenkomen brengen ze mee wat in hun leven aanwezig is. Ze vormen een gemeenschap in het samenkomen. Vanuit hun eigen situatie bewegen allen zich naar de Tempel, Gods woning onder de mensen. Voor de gemeenschap te Jeruzalem is het van wezenlijk belang dat de leden van de gemeenschap ieder vanuit hun eigen situatie in beweging komen, zich op weg begeven naar de tempel om in de tempel bijeen , bij de Ene, te komen. Ieder komt in beweging en neemt met zich mee alles wat in zijn of haar leven aanwezig is. In de beweging van het samen komen, bij de Ene komen, worden de eerste leerlingen opgebouwd tot een gemeenschap. Precies in de beweging van het samen komen vanuit de eigen situatie en met de rijkdom van iedere persoon wordt de gemeenschap gebouwd.

Samen komen om te breken en te delen; zending van de gemeenschap.

Naast dit samenkomen in de tempel kennen ze nog een andere vorm van samenkomen. Ze komen bijeen om het brood te breken en samen de maaltijd te genieten. Dit doen ze niet in de tempel maar bij elkaar thuis. Dit samenkomen wordt gekenmerkt door het samen de maaltijd te genieten in de geest van eenvoud en vol vreugde. Hun samen zijn is een feestelijke gebeurtenis die hen vreugde geeft. In het samen zijn voor de maaltijd oefenen ze in om het leven met elkaar te delen. Ze oefenen in dat het leven met elkaar een vreugde mag zijn. Tevens wordt zichtbaar dat het brood gedeeld moet worden. Natuurlijk krijgt ieder in het delen dat wat hij of zij nodig heeft om van te leven.

Het is boeiend dat ze samenkomen in de tempel en dat ze bij elkaar thuis samenkomen. Beide vormen van samenkomen hebben hun eigen kleur en een eigen betekenis. De gemeenschap die in het samenkomen wordt opgebouwd is een gemeenschap die God lof brengt. God is degene die hen geraakt heeft en die hen uitgenodigd heeft in beweging te komen. Dat is een diepe ervaring. Vanuit die diepe ervaring brengen ze God lof en dank. Het is niet uit henzelf.

De gemeenschap die in het samenkomen wordt opgebouwd is een gemeenschap die oog heeft voor wie iets nodig heeft. De behoeftige, de arme, de lijdende wordt niet uit het oog verloren. De gemeenschap neemt haar verantwoordelijkheid door te helpen waar geholpen moet worden. De gemeenschap die haar verantwoordelijkheid neemt is uitgedrukt in het breken en delen. De gemeenschap vergemeenschappelijkt dat wat ze samen bezitten ten gunste van de behoeftige. De gemeenschap bouwt gemeenschap door hen die uitgesloten zijn, door hen die door niemand geholpen worden aan te zien en hulp te bieden.

De gemeenschap die in het samenkomen wordt opgebouwd is bovendien een gemeenschap die in de gunst stond bij het hele volk. Ze staan in de gunst om wie ze zijn in het samenkomen en wat ze in het samenkomen zichtbaar maken. Het gaat om de Ene die hen samenbrengt. Het gaat om het breken en delen van het leven. Het gaat om de aandacht voor de ander die behoeftig is. De gemeenschap bemiddelt de Ene die uitnodigt en samenroept. De gemeenschap bemiddelt het breken en delen van Jezus. De gemeenschap bemiddelt het dienstwerk van Jezus. Dit verstaan mensen en dit waarderen mensen omdat in dit samenkomen en in dit breken en delen belangeloosheid tot uiting komt. Ze ervaren dat het bevrijdend Evangelie een werkelijkheid is in mensen.

De gemeenschap die in het samenkomen wordt opgebouwd is trouw en toegewijd. In het bidden en in het breken en delen. De gemeenschap wordt uitdrukking van het gestaag de weg gaan van het samenkomen om te bidden en te breken en delen. Als plaatselijke christelijke kerken proberen we trouw en toegewijd de weg te gaan van het samenkomen om te bidden en te breken en te delen. Hierbij is de uitnodiging van het evangelie tot erkenning van de breuklijnen die zijn ontstaan de weg van de verzoening die gegaan moet worden. In de beweging van samenkomen groeien we naar verzoening vanuit het besef dat Gods barmhartigheid en liefde trouw en toegewijd is ten einde toe. Amen

 

Tweede kerstdag - 26 december 2010

 

Het is Tweede kerstdag en Feest van de H. Familie.

Deze feestdag van de H. Familie, altijd tussen Kerstmis en Driekoningen, is in het begin van de vorige eeuw in onze Liturgie ingevoerd, om met de H. Familie aandacht te geven aan het christelijk gezin.

 

Ook al mogen we het traditionele gezin van vroeger niet romantiseren en idealiseren, in onze moderne tijd is het gezin als warme, veilige haven voor het harmonieus uitgroeien van kinderen, behoorlijk onder druk komen te staan. De statistieken wijzen op het hoge aantal echtscheidingen, maar ook op de vluchtigheid van wat men ‘proefhuwelijken’ noemt. Bovendien zijn er in onze tijd talloze jonge mensen op zoek naar hun biologische vader of moeder, op zoek naar hun natuurlijke roots. Heel schrijnend is in onze dagen het aan het licht komen van kinderen die zijn beschadigd in en buiten het gezin en ongeheeld en lange tijd ongehoord en onbegrepen moesten verder leven met een scheur in hun leven.

 

In onze Nederlandse samenleving is er gelukkig de laatste tijd opnieuw aandacht voor de waarde van het gezin, ook van een adoptief gezin, als een ‘ natuurlijk milieu’ voor geborgenheid, veiligheid en ontwikkeling van de zich ontplooiende kwetsbare jonge mens.

Ook zien we in onze dagen, door schade en schande wijzer geworden, dat in de kerk en in de maatschappij naarstig naar wegen wordt gezocht om alsnog, waar mogelijk, recht te doen en genoegdoening en heelheid te brengen aan mensen in hun jonge jeugd beschadigd in afhankelijkheidsrelaties, die in het verlengde van het gezin, zorgend en koesterend hadden moeten zijn in plaats van misbruikend en beschadigend.

 

De teksten uit de Bijbel, die wij zo juist hoorden, Zusters en Broeders, zijn niet direct geschreven als een blauwdruk voor een modern gezin als een ‘warme haven van veiligheid en geborgenheid’. Wel klinken er in deze teksten echo’s door van Gods Woord, die bakens kunnen zijn voor wie vandaag zorg en verantwoordelijkheid dragen voor mensen, aan hen toevertrouwd in de kleine kring van het gezinsverband of in het verlengde daarvan.

 

In de eerste lezing spreekt St. Paulus tot de christenen van Kolosse over het ‘aantrekken van de nieuwe mens’. Dit is in de lijn van het kerstgebeuren, als ‘het kind van God’ in je wordt geboren.

Dan wordt nieuw leven mogelijk, met karakteristieken van “tedere ontferming, goedheid, nederigheid, zachtheid en geduld”. Het kerstverhaal is dus niet slechts een Woord dat we horen en dat ons imponeert. Het verhaal van het mens geworden Woord van God, gebeurt

in de mens die nieuw wordt, en die komt tot vergeving en verzoening, zegt Paulus. De verbindende en voltooiende kracht bij dit alles is de liefde. Vrede is daarvan de vrucht en solidariteit in de gemeenschap waarin we samenleven.

 

En wees dankbaar”, voegt Paulus eraan toe. Een dankbaar mens weet dat alles hem is gegeven.

Vanuit zijn christelijke spiritualiteit wens Paulus dan deze in harmonie en liefde samenlevende mensen toe, dat ze het woord van Christus in volle rijkdom onder hen laten gebeuren, en dat ze met wijsheid elkaar onderrichten en op het goede pad houden, en bovendien dat ze met een dankbaar hart God loven en prijzen met psalmen, hymnen en liederen. Dus ook eredienst en liturgie zal een wijze christenmens niet verwaarlozen.

Want alles moet worden gedaan in de Naam van de Heer Jezus. Het is Zijn nieuwe leven dat in ‘de nieuwe mens’ gebeurt. En een dankbaar hart zal het niet kunnen laten dit van tijd tot tijd uit te zeggen en uit te zingen in de gemeenschap van medegelovigen.

 

Beste Mensen, in deze niet moeilijke woorden van Paulus over het ‘aantrekken van de nieuwe mens’ zien we de contouren van een “beschaving van liefde”, zichtbaar geworden in Jezus Christus als een mensenkind in Bethlehem geboren.

 

Deze beschaving van liefde kan niet vroeg genoeg beginnen. Pedagogen en psychologen vertellen ons dat baby’tjes vanaf hun vroegste jeugd impulsen ontvangen die van invloed zijn op hun geestelijke en lichamelijke groei.

 

De tweede lezing uit het evangelie van Matteus eindigt met de zin: “Hij vestigde zich in de stad Nazareth, opdat in vervulling zou gaan wat door de profeet was gezegd: ‘Hij zal een Nazireeër genoemd worden’.” De tijdgenoten van de evangelist Matteus kennen Jezus als “Jezus van Nazareth”. Zij weten blijkbaar niet waar Hij is geboren, wel dat hij in Nazareth opgroeide.

 

Tot in bijzonderheden schrijft Matteus voor zijn tijdgenoten het verloop van Jezus’ kinderjaren. Hij is geboren in Bethlehem, Hij moet vluchten naar Egypte, en keert terug naar Galilea om zich uiteindelijk te vestigen in Nazareth, bijna als iemand zonder vaste woon- of verblijfplaats. Van een normale gezinssituatie kan men dus moeilijk spreken.

 

Niettemin kent Jezus het geluk van een zorgzame Jozef, die hoewel niet zijn natuurlijke vader, met moeder Maria instaat voor zijn veiligheid en geborgenheid, en daarvoor  met het kind en zijn moeder grote reizen onderneemt.

 

In deze heilige familie staat het kind Jezus centraal, maar bij Matteus is sleutelfiguur: Jozef, de “vir justus”, de integere en zorgzame man van Maria. Bij Matteus is het immers Jozef waardoor Jezus is ‘verankerd’ in het huis van David.

Jozef wordt geleid op dit bijzondere pad door ingevingen van God. Drie maal heeft hij in dit korte stukje evangelie een droom, waarin hij deze ingevingen krijgt. Bovendien wordt Jozef zich bewust, volgens Matteus, dat in het pas geboren kind eerdere door de profeet gedane beloftes worden vervuld. “Uit Egypte heb ik mijn Zoon geroepen”. En na de vestiging in Nazareth: “Hij zal Nazireeër genoemd worden.

 

De boodschap die wij van dit feest van de H. Familie mogen meenemen is in elk geval deze:

Geen enkel kind kan in onze wereld groeien en zich ontwikkelen zonder de nabijheid van verantwoordelijke liefdevolle zorgende ouders of die hun plaats innemen.

Het natuurlijk milieu voor deze ouderlijke zorg is het gezin, waar veiligheid en geborgenheid is, en waar liefde wordt geleerd en ervaren in ontferming, goedheid, zachtheid en geduld, in vergeving en verzoening, in dankbaarheid en vrede.

Het gezin, ook in zijn uitgebreide betekenis, is een bakermat van ‘beschaving van liefde’, en houdt nooit op actueel te zijn. Menswording begint daar. God zelf heeft het laten zien.

 

Falco Thuis O.Carm.

 

 

Zondag 1 Advent  ’10 Mt. 24,37-44  Petrusbasiliek Boxmeer

Lezingen: Jes.2,1-5;Mt.24,37-44.

 

Met de eerste zondag van de Advent begint het kerkelijk jaar aan een nieuwe periode.

Terwijl ons burgerlijk jaar naar een eind loopt, waarbij licht en warmte overgaan in duisternis en kou, en bomen en planten hun kleurrijke vruchten hebben gedragen en nu lijken af te sterven in een kale levenloosheid, zingt de Adventsliturgie een heel ander lied, van toekomst en dagend licht, van gezegende verwachting, van intens uitzien naar een Machtige die ons tegemoet komt met licht, redding en bevrijding. “De nacht loopt ten einde, de dag komt naderbij”. Dwars tegen alle duisternis in komt er nieuw leven op ons toe!

 

In de bijbelteksten vandaag zien we dat vanuit een groot verlangen naar dat nieuwe leven vergezichten zich ontwikkelen tot visioenen van wat gaat komen. Ze zouden ook geschreven kunnen zijn voor ons vandaag. Voor deze tijd.

 

In de eerste lezing wordt een visioen beschreven van de profeet Jesaja. De naam Jesaja betekent trouwens “De Eeuwige is de redding”. In zijn eerste hoofdstuk had de profeet enorm geklaagd over Juda, een zondige natie, een volk van boosdoeners, verdorven zonen, die de heilige van Israel de rug hebben toegekeerd. In hoofdstuk 2, waarover in de eerste lezing van vandaag, roept de profeet een prachtig beeld op over het einde der tijden, wanneer alle volken de wegen zullen bewandelen van Gods gerechtigheid. Vrede zal daarvan het gevolg zijn.

De dag komt naderbij dat niemand nog ooit de oorlog zal leren. De mensen zullen hun zwaarden omploegen tot ploegscharen, hun speren tot sikkels. De dag komt naderbij dat er brood op de plank zal zijn voor iedereen, en dat men in vrede en veiligheid kan leven in het licht van Gods gelaat. Ookal leven we nu in de nacht van gebrek, onvrede en geweld, de dag komt naderbij dat onze ogen zich openen voor een ongekende toekomst van licht en bevrijding.

 

Verlangen en hoop, verwachtend uitzien naar redding en bevrijding zijn de grondgedachten van de Advent, maar het zijn ook ‘grondgedachten’, beginselen, je zou zeggen ‘ingeschapen’ in ons wezen als mens. Verlangen en hoop op redding zijn de “drive” (om een bekend Engels woord te gebruiken) die bij de mens de moed erin houdt en kracht geeft om te overleven. Dit horen we in vele levensverhalen van mensen.

De ‘motor’ achter deze ‘drive’, achter het verlangen en de hoop, zit niet in ons zelf. Uit het Woord van God mogen wij weten dat wij het leven zijn binnengebracht door een onuitsprekelijk Geheim dat zich onthuld heeft als “onpeilbare Liefde”. Deze onpeilbare Liefde die ons het leven heeft gegund is de bron van ons verlangen en hopen. Deze goddelijke Liefdesbron, terwijl wij ons dat meestal niet bewust zijn, roept ons en trekt ons naar heelheid en volkomenheid, naar Gods ‘huis van sjaloom’ waar de liefde ons bevrijdt, geneest en bewaart.

 

Maar, beste mensen, tussen dat verlangen en hopen van de mens, aangewakkerd door het onuitsprekelijk Geheim van scheppende Liefde, en het thuiskomen in het Huis van Gods heelmakende Sjaloom, zit de levensweg van een mens die vrij is om ook wegen te bewandelen die niet Gods wegen zijn, wegen die niet leiden naar licht en leven, naar redding en heelheid, naar een toekomst die ‘Sjaloom’ heet in de volle zin van het woord.

 

Hierover spreekt Matteus in de evangelielezing van deze zondag.

In de tekst die wij hoorden gaat de Mensenzoon, Jezus Messias, een wezenlijke rol spelen om de mens niet te laten omkomen in zijn eigen ellende, chaos en duisternis.

 

Matteus laat de komst van de Mensenzoon voorafgaan door trieste chaotische wantoestanden.

De heilige tempel van God wordt ontwijd doordat er het beeld wordt geplaatst van de heidense keizer. Er zullen natuurrampen plaatsvinden, hetgeen gaat gebeuren in aardbevingen. Zon en maan worden verduisterd. Iedereen zal klagen en zuchten.

 

Zoals we hoorden vandaag in de evangelielezing vergelijkt Matteus de tijd waarin hij leeft met die van Noach. Toen deugden de mensen niet, en zij zouden getroffen worden door een grote ramp. Maar niemand stond daar bij stil. Ieder ging door met zijn gewone leven van eigenbelang en  niet waakzaam zijn. Alles werd aan het lot overgelaten.

 

De zondvloed kwam onverwacht. Ook de Mensenzoon zal onverwacht komen.

De dramatische ‘apocalyptische’ verhalen die worden verteld door Matteus (puttend uit het OT-ische boek Daniel) met de onverwachte komst van de Mensenzoon, moeten de mens op het hart drukken vooral waakzaam te zijn en te wandelen op de paden van het licht, de weg van de Tora. Want een rechtvaardige, een mens die goed leeft en liefdevolle zorg heeft voor de naaste is voorbereid, en bereid de Mensenzoon te ontmoeten.

 

Jezus Messias, de Mensenzoon met zijn woord van bevrijdende liefde, is  voor de verlangende en hoopvolle mens de enige weg naar het “ Huis van Gods bevrijdende Sjalom”, waar hij ook bij zichzelf thuis zal zijn.

 

Advent maakt ons wakker en waakzaam voor wat op ons toekomt: “De komst van Jezus”.

Vanuit 3 perspectieven wordt in de  Liturgie ‘de komst van Jezus’ overwogen en bezongen:

Jezus als het mensgeworden Woord met Kerstmis,

Jezus die geboren wil worden in ons eigen hart vol verlangen en hoop

en Jezus die als de Mensenzoon op het einde der tijden zal komen om alles en allen tot voltooiing te brengen.

 

Laten wij ons in deze Adventstijd keren naar Jezus de komende, onze hoop, ons licht, ons leven.

 

pater Falco Thuis