|
|
|
Rooms-Katholieke Parochie Boxmeer |
|
* Actueel * Koren * Pastores * Bestuur * Beleid * Archief * Links |
|
De Sint
Petrusbasiliek was in 2000 de 18de kerk in Nederland die de
eretitel ‘basilica minor’ mocht gaan voeren. Om voor
verheffing tot basilica minor in aanmerking te komen, dient de kerk onder
andere een eerbiedwaardige ouderdom, aanzienlijke grootte of bijzondere
schoonheid te hebben en over voldoende geestelijken en toereikende inkomsten
te beschikken voor de plechtige viering van de eucharistie. Een andere eis is
dat de kerk een veel vereerd reliek bezit of een
druk bezochte bedevaartplaats is. Na een aanvraag
in Rome en toezending van aanvullende informatie tekende paus Johannes Paulus
II op 25 oktober 1999 het decreet, waarbij de Sint Petruskerk
werd verheven tot de waardigheid van ‘basilica minor’. De privileges van
de voortaan als Sint Petrusbasiliek aangeduide Boxmeerse
parochiekerk betreffen hoofdzakelijk het voeren van twee eretekenen. Het ene
is het conopeum, een tentachtig scherm in de kleuren rood en goud.
Oorspronkelijk diende het conopeum om de priesters tijdens processies te
beschutten tegen zon en regen. Het andere ereteken is het tintinnabulum,
een staf met een bel, welke vroeger werd gebruikt om de komst van de
processie aan te kondigen. In het conopeum
van de Sint Petrusbasiliek zijn de wapenschilden aangebracht van paus
Johannes Paulus II, de heilige Elia als vader en
leider van de Orde der Karmelieten, het bisdom ’s Hertogenbosch,
bisschop Hurkmans, de gemeente Boxmeer, Sint Petrus als patroonheilige van de parochiekerk en de
overstromende kelk als symbool voor het Bloedwonder. Het achtste en
laatste wapen is dat van de nieuwe basiliek. In het bovenste gedeelte staan
het conopeum en het tintinnabulum afgebeeld;
linksonder de kelk met het Heilig Bloed en de sleutels van Sint Petrus; rechtsonder de bok uit het wapen van de gemeente
Boxmeer. De spreuk van de heilige Elia ‘Jahweh is
mijn God’ completeert het wapen. Het
interieur van de kerk De kerk van
Boxmeer, toegewijd aan St. Petrus (patroonsfeest 29
juni), is de oudste parochiekerk in het land van Cuyk.
Na de verwoesting van de kerk in 1944 werd de huidige kerk gebouwd door architekt Wilhelm Valk uit
Vught bij Den Bosch en geconsacreerd in Het
priesterkoor De liturgische
vernieuwing van de laatste jaren heeft duidelijk haar sporen nagelaten in het
priesterkoor. Het oorspronkelijke hoofdaltaar is verwijderd en de koorbanken
zijn vrijwel in onbruik geraakt. Slechts een koperen legile
(1866) en twee levensgrote beelden stammen nog uit de vorige kerk. De profeet
Elia toont zijn vlammend zwaard en Eliseüs zijn waterkruik en de levende staf, met een Karmelwapen in top. De fraaie ramen
zijn van de limburgse
glazenier Eugene Laudy. Links ziet men de
aankondiging aan Maria en de doop in de Jordaan. Rechts de tenhemelopneming
van Maria en de verrezen Christus. In het middelste raam:
de tronende Christus en zijn Moeder; daaronder de profeet Elia
met een raaf die hem spijzigt en Petrus als patroon
van de parochie. De
Mariakapel Links van het
priesterkoor bevindt zich de kapel met het Maria-altaar dat nog stamt uit de vorige kerk. Op dit
altaar ziet men de fraaie Madonna met de peer van ca. 1390. Aan de muren
treft men drie sculpturen aan uit de vroegere Mariakapel, t.w. de presentatie
in de tempel, de aankondiging door Gabriël en het
bezoek van Maria aan Elisabeth. De drie glas-in-loodramen stammen van Lou
Manche (1955); zij illustreren verschillende scenes
uit de rijke Mariatraditie van de Karmel: Het linker raam toont Maria die haar zegen laat
uitgaan over een stervende. Deze laatste wordt ten hemel opgevoerd naar de
Heilige Drievuldigheid. Links van het altaar is Simon Stock afgebeeld, die
het Karmelscapulier ontvangt van de Madonna; aan de
onderzijde van dit raam worden de twee levensstaten getoond, t.w. zusters karmelitessen en een groep leken in processie. Het rechter raam
toont de profeet Elia, die zijn blik richt op een
"wolkje", een voorafbeelding van Maria. Ook hier aan de onderzijde
de twee levensstaten, het gezins- en het
kloosterleven. Kruiswegstaties
en grafmonument Op de beide
zijmuren van de kruisbeuk bevinden zich de kruiswegstaties. Zij zijn
uitgevoerd in opaline en emaille
en werden ontworpen door de limburgse
kunstenaar Frans Deumes (rond 1960). Aan
de linkermuur in het midden een beeld van Sint Anna, met Maria als kind en
een boek; het is een variant op het thema St.Anna-te-Drieën en stamt uit het einde
van de 15e eeuw. Het grafmonument,
hier aan de achtermuur, is dat van graaf Oswald van
den Bergh (gestorven 1712) en zijn gemalin Maria Leopoldina
Catharina, gravin van Rietberg (gestorven 1718).
Het classicistische gedenkteken werd uitgevoerd door de bekende J.B. Xavéry, die o.a. voor Willem IV heeft gewerkt. Het
grafschrift vermeldt uitvoerig de bezittingen van het echtpaar. Zij staan ook
levensgroot geportretteerd in de refter van het klooster. Hier, bij de
uitgang van de krypte, vindt men ook een borstbeeld
van de Zalige Titus Brandsma (gestorven 1942 te Dachau); het werd in brons gegoten naar een ontwerp van
Peter Roovers. Hier eveneens een voorstelling van
de Broodvermenigvuldiging in eikenhout (begin 19e eeuw). Aan de
rechterzijde van het koor, op de zijmuur, een mooie Piëta in gepolychromeerd
hout (begin 16e eeuw). Bij de ingang van de krypte,
een tweede houtsculptuur, afkomstig uit de voormalige communiebank, de Bruiloft
van Kana; daar, eveneens van Peter Roovers, een beeld van St. Antonius van Padua. Oksaal Dankzij het feit
dat oksaal en orgel in de vorige kerk tegen de rechter zijbeuk stonden zijn
ze ontsnapt aan de verwoestende instorting van de vallende toren in 1944. Het
oksaal werd ontworpen door pastoor Peelen. Het werd in 1634 voltooid door Jan
Werkens uit Venray. De kosten bedroegen destijds
3000 gulden, waarvan er 1000 waren toegezegd door graaf Albert. Pastoor
Peelen vermeldt echter dat ‘van betalinghe voorseyt en niet is gecommen’.
Desondanks prijken de wapens van graaf Albert op het front en iets hoger, op
het rugpositief, die van graaf Oswald en zijn
vrouw. De karmeliet Benedictus Buns,
musicus en componist (1642-1716), moet dankbaar van dit nieuwe orgel gebruik
gemaakt hebben toen het in 1677 was geplaatst. Reliekschrijn
en Bloedkapel Rechts in het
portaal in de toegang tot de Bloedkapel, bevindt
zich de kostbare reliekschrijn van het Heilig Bloed. Deze werd geschonken
door graaf Albert in 1656 ter vervanging van de
vroegere schrijn van 1482, destijds geschonken door kanunnik Ger. van Meer. De huidige schrijn is gesmeed door Rhabanus
Raab, stamvader van een bekend geslacht
zilversmeden in Boxmeer. Sinds enkele
jaren vinden in deze kapel eucharistieviering, koorgebed en meditatie plaats
van de leden van de Boxmeerse Karmel.
Deze vieringen zijn ook toegankelijk voor andere mensen. De voorstellingen
in de ramen houden alle verband met de eucharistie. Al deze ramen, met
uitzondering van het middelste, zijn vervaardigd door Luc van Hoek in 1956.
Van links naar rechts gezien: I Kanunnik Ger.
van Meer, schenker van de eerste schrijn van 1482,
samen met graaf Albert, schenker van de tweede in 1656. II Twee zalige
karmelieten, beide grote vereerders van de eucharistie, t.w. Bartholomeus Fanti (overleden
1485) en Baptista van Mantua (gestorven 1515). III Het middelste
raam, het Bloedwonder, is een schenking van "De Vriendenkring van het H.Sacrament", geschilderd door A.H.C. van Hest. IV Het vierde
raam stelt de spijziging van de profeet Elia voor. V Het vijfde
toont Abraham en Melchisedech. VI
Het laatste, te rechterzijde, stelt Kaïn en Abel
voor. De
kerststal
Ieder
jaar wordt er geruime tijd voor Kerstmis in de zijbeuk van de basiliek een
grote kerststal opgebouwd.
|