|
|
|
Rooms-Katholieke Parochie Boxmeer |
|
* Actueel * Koren * Pastores * Bestuur * Beleid * Archief * Links |
|
Inspiratie ALLEEN MET
KERST? Waarom alleen met Kerst zingen van vrede op aarde Waarom alleen met Kerst zijn er wapenstilstanden, Waarom alleen met Kerst in onze Basiliek zo goed
gevuld Waarom alleen met Kerst sturen we naar mensen Waarom alleen met Kerst nemen we voor eten alle tijd
Waarom alleen met Kerst geven we aandacht aan
elkaar? Het zijn maar enkele vragen, Marleen D. OKTOBER:
ROZENKRANSMAAND De rozenkrans, een snoer met kralen De rozenkrans, hij lijkt verdwenen, En gaat hij steeds met veel devotie De rozenkrans, het Onze Vader Marleen D. HET JAAR
VAN HET GEBED Het bisdom heeft de lijnen uitgezet Een gebed om steun, kracht en moed, Om bescherming, tolerantie, om verbondenheid, Weet, dat je op ieder moment van de dag,
Marleen D. KERSTMIS Het Kerstkind in de kribbe Veel mensen zoeken hun heil Maar lang geleden in Bethlehem, Het Kerstkind in de kribbe Zodat het voor iedereen op aarde Marleen D. ADVENT De adventskrans komt van de zolder, Bezinning en Solidariteit In deze donkere adventsweken Marleen D. ALLERZIELEN Samen gaan we naar de graven, Uit het leven weggerukt, Daarom staan wij bij de graven, Marleen D. VREDESWEEK De week van de vrede maar kijk je in ’t heden dan is er overal oorlog en geweld en allemaal door macht en geld. Voor de vrede bidden wij ver weg en heel dichtbij. Wees vredestichter en begin in je familie, met je gezin, op je werk en in de straat en zie hoe gemakkelijk dat gaat. Zo maken wij een nieuwe start met vrede en liefde in ons hart. Marleen D. September God,
onze Vader, bij U is niets onmogelijk. Geef
ons een geloof dat is als een mosterdzaadje, dat
in ons zal uitgroeien tot een boom, tot
waarachtig vertrouwen in het leven. Geef
ons een geloof dat bergen verzet, en
nieuw leven wekt, en toekomst geeft aan mensen. Moge
het Rijk Gods gestalte krijgen in onze dagen, dat we tenslotte
mogen lachen als bij de oogst. Mogen
we delen in het geloof dat Jezus ons heeft voorgeleefd; dat
vragen wij U voor vandaag en alle dagen. Amen Het
oogstfeest Ergens,
tegen een helling in de bergen, lag een klein, slaperig dorp. Er waren drie
straten, een kerkje en een school, wat tuinen en wat grasland, en dat was het
wel zo’n beetje. De rest van de berghelling was één
grote wijngaard. En
die wijngaard was van meneer Theodoor. Iedere
eerste drie weken van oktober stond het dorp op z’n
kop. Want dan moesten de rijpe druiven geplukt worden. Het hele dorp hielp
mee. Zelfs de kinderen hadden dan vrij van school. En
op de laatste oogstdag gebeurde het. Een grote tafel werd buiten gezet en de
laatste manden werden
erop leeggeschud, tot er grote hopen druiven lagen. Brood en wijn, kaas en
bier werden erbij gezet. Dan begon het oogstfeest met muziek en veel plezier,
de hele nacht door. En als in de vroege ochtend de vermoeide mensen naar huis
gingen, dan droomden zij al over het oogstfeest van het volgend jaar. Maar
toen kwam er een jaar dat het weer heel erg tegenviel. Het begon al in het
voorjaar, toen er nog sneeuw lag, terwijl er al lang bloemen hadden moeten
zijn. De lente kwam met almaar regen en felle hagelbuien. Ook de zomer was
nat en koud, en de zon scheen nauwelijks. Al
lang voor het einde van september begrepen de mensen dat de druivenoogst was
mislukt. “En
het oogstfeest dan ?”, vroegen de kinderen. “Die zal
wel niet doorgaan”, was het antwoord. De
kinderen konden het niet geloven, en ze besloten om het meneer
Theodoor zelf te gaan vragen. “Is
de oogst echt mislukt ?”, vroegen ze met bange
stemmetjes. “Ja, ja dat is zo”, zuchtte Theodoor. “Maar
het feest”, fluisterden zij, “komt dat er nog wel ?”
Meneer Theodoor keek peinzend. “Ik zal er eens over
na denken”, zei hij. Diezelfde
dag nog overlegde Theodoor met zijn vrouw Louisa.
“Zullen we toch maar een oogstfeest geven, wat denk je ?”,
vroeg hij. “Waarvan dan wel ?”, wilde ze weten.
Theodoor sprak: “Het is wel niet veel, maar we kunnen toch zeker drie kleine
manden vullen met druiven. En de mensen begrijpen heus wel dat het feest niet
zo kan zijn als anders”. Die
zondag nodigde meneer Theodoor iedereen uit voor het
oogstfeest. De grote tafel stond al buiten, net als altijd, met daarop brood
en wijn, kaas en bier, en een paar handen vol druiven. “Vrienden”, zei meneer Theodoor, “We vieren gewoon feest met wat we
hebben”. Maar toen haalden de stralende dorpelingen van achter hun ruggen
alles tevoorschijn wat ze hadden meegebracht. Appels en peren, geitenkaasjes, eieren en vruchten, bloemen en groente,
teveel om op te noemen. En,
blij verrast, zag iedereen dat de oogsttafel nog nooit zo vol was geweest. De redder in de nood. Het
is warm. Bart ligt op zijn bed en staart naar het plafond. Hij baalt. Morgen
heeft hij een proefwerk maar dat vindt hij nog niet eens zo erg. Nee, ach,
weet je, proefwerken heeft hij wel vaker en dan is hij wel een beetje
zenuwachtig, maar dat hoort erbij. Maar het proefwerk van morgen gaat over
procenten en daar snapt hij nu werkelijk helemaal niets van. De juffrouw
heeft het al een paar keer heel geduldig uitgelegd maar nu durft hij echt
niet meer te vragen of ze het nog een keer wil uitleggen. En iedereen in de
klas zegt dat ie het snapt maar daar gelooft Bart
helemaal niks van. Ja, Thomas, die gekke Thomas met
die rare kleren aan, die altijd alleen staat te koekeloeren tijdens het
speelkwartier en met gym niet eens aan de ringen kan zwaaien, ja, die zal
wel weten hoe het zit met die stomme procenten. Want Thomas weet alles; ze
noemen hem de Professor. Bart heeft een idee: hij zal zijn
beste vriend Job eens bellen. Misschien wil die hem
wel helpen. Maar Job heeft geen tijd; hij zit met
zijn buurjongen te computeren en hij heeft pas een vetgaaf spel voor zijn
rapport gekregen. Daar wil hij nu echt niet bij worden gestoord want hij is
flink aan het winnen. Dan denkt Bart aan zijn nichtje Yvonne, die enkele straten verder woont, Laatst heeft hij haar ook geholpen met taal en toen zei ze dat zij hem ook zou helpen als het een keer nodig zou zijn. En nu was het nodig! Maar ook Yvonne wil Bart niet helpen. "Ja, sorry hoor, Bart, ik heb nu echt geen zin. Ik heb vandaag een rotdag gehad op school en op de bieb kon ik het boek niet vinden dat ik zocht.'' Bart is verdrietig. Wat moet hij nu doen? De tranen
prikken in zijn ogen. Onderweg naar huis schopt hij tegen een tak aan. "
Hoi Bart", hoort hij opeens. Hij kijkt op. Oh nee, hè, het is die gekke Thomas uit zijn klas. "Hoi", mompelt hij. Hopelijk ziet niemand dat
hij met Thomas praat, want met Thomas praat je niet. Maar dan houdt hij het
niet meer uit en begint hartstochtelijk te snikken. Eerst gebeurt er niets
maar dan voelt Bart een hand op zijn schouder en hoort hij Thomas zeggen:
" Goh, Bart, wat is er?" Het kan Bart ook niets meer schelen en hij
vertelt aan Thomas wat hem dwarszit. " Maar dan help ik
jou toch. Als je dat tenminste wilt. Weet je, het is allemaal niet zo moeilijk
hoor, met die procenten. Kom maar mee, ik woon hier vlakbij." Dat doet Bart. En Thomas legt hem geduldig uit hoe het met
de procenten zit. En hij kan dat veel beter dan de juffrouw. En wat een leuke
kamer heeft hij, en kijk eens, hij verzamelt ook modelvliegtuigjes. Bart weet
niet wat hij meemaakt. En wat kun je lachen met Thomas! De moeder van Thomas
vraagt of Bart blijft eten en dat doet hij. Bart haalt een goed punt voor zijn proefwerk. En, oh ja,
vanmiddag komt Thomas bij hem spelen. Cécile Vertegaal Bij elkaar rond Jezus (naar Matteüs 4, 18-22) Jezus
had veel vriendjes. En net als jullie speelde Hij graag buiten. Een ding kon
Hij heel goed. Weet je wat ? Hij kon heel goed
kijken. En nog iets: Hij kon goed horen. Toen Hij klein was en met zijn
vriendjes naar buiten ging, zag Hij bloemen in het veld. En Hij zag de
vlinders. Hij hoorde de bijen zoemen en de vogels fluiten. Het was zo fijn
bij elkaar, bij z’n vader en moeder en bij zijn
vriendjes. Maar
toen Hij groter werd en nog steeds zulke goede ogen en oren had, zag Hij niet
alleen maar fijne en mooie dingen. Hij
zag mensen die alleen waren, die niet mee mochten doen, die er niet bij
hoorden. En toen Hij groot was, zag Hij hoe mensen zelfs
de stad uit werden gejaagd, omdat ze ziek waren, of omdat ze zwerver waren.
Die moesten het in hun eentje maar uitzoeken. Er was niemand die iets om ze
gaf. “Hoe
kan dat nou ?”, dacht Jezus. “God is toch de Vader
van ons allemaal. We horen toch allemaal bij elkaar !”.
Zo dacht Jezus. En weet je wat Hij ging doen ? Hij
ging weg uit zijn dorp, op zoek naar mensen die alleen waren. Op
een dag komt Jezus een blinde man tegen. Hij geeft hem een hand en helpt hem.
“Wij horen bij elkaar”, zegt Hij. Hij gaat naar alle zwervers en zieken toe.
Overal trekt Hij rond om te vertellen dat God de Vader is van alle
mensen.Veel mensen luisteren naar Hem. Op
een morgen loopt Jezus langs de kant van een groot meer. Hij denkt: “Ik wil
nog veel meer mensen helpen.
Maar ik kan het allemaal niet alleen. Ik heb helpers nodig”. Daar
ziet Jezus een paar vissers. Ze staan bij hun bootjes. “Zulke mensen heb ik
nodig”, denkt Jezus. Hij praat met ze en vraagt: “Simon en Andreas, willen jullie met me meegaan om mensen te helpen ?” Simon en Andreas zien
wel dat Jezus een heel bijzondere man is. Maar kunnen ze hun boot zomaar in
de steek laten ? Ze kijken Jezus nog eens aan. “Ja,
we doen het !”, zeggen ze allebei. Ze laten alles
achter en gaan met Jezus mee. Naderhand
zijn er nog veel meer mensen bij gekomen. En allemaal zeiden ze net als
Jezus: “God is de Vader van alle mensen. Iedereen hoort erbij
!”. Ik
zal niet geloven in het recht van de sterkste, in
de taal van wapens en geweld, Maar
ik wil geloven in het recht van de mens, in
de kracht van vergeving, in
de weldaad van de liefde. Ik
zal niet geloven dat
honger en oorlog onvermijdelijk zijn en
vrede onbereikbaar. Maar
ik durf te geloven in
Jezus’ woorden en daden, in de nieuwe mens. Ik
durf te geloven in Gods belofte van
een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waar
gerechtigheid en vrede zal zijn voor
altijd en iedereen. Amen. Moge
God met ons allen zijn, met ons die op weg zijn naar de toekomst; dat
de Eeuwige de paden verlicht waarlangs wij gaan, onze
voeten beschermt die ons brengen naar een onbekende toekomst. Mogen
we in vrede gaan. |
|
|
|
|