Rooms-Katholieke Parochie Boxmeer

* Hoofdpagina

* Actueel

* Kind en Kerk

* Vieringen

* Werkgroepen

* Koren

* Pastores

* Bestuur

* Beleid

* Inspiratie

* Kerkgebouw

* Geschiedenis

* Overweging

* Archief

* Links
 

 

 

Inspiratie

 

 

ALLEEN MET KERST?

 

Waarom alleen met Kerst zingen van vrede op aarde
en laten we dan ook nog alle mensen in hun waarde?

 

Waarom alleen met Kerst zijn er wapenstilstanden,
even geen geweld in vele verre landen?

 

Waarom alleen met Kerst in onze Basiliek zo goed gevuld
en luisteren we naar ’t kerstverhaal met engelengeduld?

 

Waarom alleen met Kerst sturen we naar mensen
opbeurende woorden en goedbedoelde wensen?

 

Waarom alleen met Kerst nemen we voor eten alle tijd
en kunnen we daarbij onze verhalen weer eens kwijt?

 

Waarom alleen met Kerst geven we aandacht aan elkaar?
Waarom alleen die dagen en niet het hele jaar?

 

Het zijn maar enkele vragen,
die zo maar op komen dagen.
Wensen van mensen, groot en klein,
kon het maar altijd Kerstmis zijn!

 

Marleen D.

 

 

OKTOBER: ROZENKRANSMAAND

 

De rozenkrans, een snoer met kralen
van zilver, glas of hout.
Hij wordt van oudsher al gebeden
op bedevaart of als men rouwt.

 

De rozenkrans, hij lijkt verdwenen,
maar niets is minder waar.
In Fatima, Banneux of Rome,
te Lourdes of in Kevelaar,
juist daar, in alle pelgrimsoorden,
houdt de rozenkrans nog stand.

En gaat hij steeds met veel devotie
gestadig door eenieders hand.

 

De rozenkrans, het Onze Vader
en dan tien keer een Wees Gegroet.
Het bidden van dat snoer van kralen,
geeft rust en kracht, het doet je goed!

 

Marleen D.

 

 

HET JAAR VAN HET GEBED

 

Het bisdom heeft de lijnen uitgezet
Dit is het jaar van het gebed.
Want bidden kan overal, altijd
en alles kan je er in kwijt.

 

Een gebed om steun, kracht en moed,
het
Onze Vader, een Wees Gegroet.
Een gebed voor een zieke mens,
bidden om onze vredeswens.

 

Om bescherming, tolerantie, om verbondenheid,
bidden voor ieder mens die lijdt.
Het uitspreken van onze zorgen en pijn,
ook kan het een gebed vol dankbaarheid zijn.

 

Weet, dat je op ieder moment van de dag,
tot God onze Vader bidden mag.
Dus zoek de stilte en ga ’t weer proberen,
want bidden hoef je niet te leren!



Marleen D.

 

 

KERSTMIS

 

Het Kerstkind in de kribbe
voor ons als redder geboren.
Het licht van onze wereld,
maar
wie wil dat nog horen?

 

Veel mensen zoeken hun heil
in versieringen en lekker eten,
een paar vrije dagen bovendien,
dus
het Kerstkind wordt vergeten.

 

Maar lang geleden in Bethlehem,
in die donkere kerstnacht,
is Hij voor ons geboren
waar al zo lang op werd gewacht.

 

Het Kerstkind in de kribbe
wenst licht en vrede voor groot en klein.

Zodat het voor iedereen op aarde
een Zalig Kerstfeest kan zijn.

Marleen D.

 

 

ADVENT

 

De adventskrans komt van de zolder,
ik
zoek vier kaarsen bij elkaar
en weet al waar hij komt te hangen,
want dit herhaalt zich ieder jaar.

 

Bezinning en Solidariteit
staan centraal in deze weken.
Laten wij daar dan aan denken,
steeds als wij een kaars aansteken.

 

In deze donkere adventsweken
zien wij uit naar een beetje licht,
naar hoop en liefde onder elkander,
want Kerstmis komt in zicht!

 

Marleen D.

 

 

ALLERZIELEN

 

Samen gaan we naar de graven,
zoveel namen, zoveel stenen.
Herinneringen komen boven,
die zijn nog niet verdwenen.

 

Uit het leven weggerukt,
plotseling of na lange strijd.
Mannen, vrouwen, kinderen
en wij, wij zijn hen kwijt.

 

Daarom staan wij bij de graven,
weer geheel vervuld van rouw.
Slaan de ogen naar de hemel,
zeggen zacht: ik hou van jou.

 

Marleen D.

 

 

VREDESWEEK

 

De week van de vrede

maar kijk je in ’t heden

dan is er overal oorlog en geweld

en allemaal door macht en geld.

 

Voor de vrede bidden wij

ver weg en heel dichtbij.

 

Wees vredestichter en begin

in je familie, met je gezin,

op je werk en in de straat

en zie hoe gemakkelijk dat gaat.

 

Zo maken wij een nieuwe start

met vrede en liefde in ons hart.

 

Marleen D.

 

September

God, onze Vader, bij U is niets onmogelijk.

Geef ons een geloof dat is als een mosterdzaadje,

dat in ons zal uitgroeien tot een boom,

tot waarachtig vertrouwen in het leven.

Geef ons een geloof dat bergen verzet,

en nieuw leven wekt, en toekomst geeft aan mensen.

Moge het Rijk Gods gestalte krijgen in onze dagen, dat we tenslotte mogen lachen als bij de oogst.

Mogen we delen in het geloof dat Jezus ons heeft voorgeleefd;

dat vragen wij U voor vandaag en alle dagen. Amen

 

Het oogstfeest

Ergens, tegen een helling in de bergen, lag een klein, slaperig dorp. Er waren drie straten, een kerkje en een school, wat tuinen en wat grasland, en dat was het wel zo’n beetje. De rest van de berghelling was één grote wijngaard.  En die wijngaard was van meneer Theodoor.

Iedere eerste drie weken van oktober stond het dorp op z’n kop. Want dan moesten de rijpe druiven geplukt worden. Het hele dorp hielp mee. Zelfs de kinderen hadden dan vrij van school.

En op de laatste oogstdag gebeurde het. Een grote tafel werd buiten gezet en de laatste manden  werden erop leeggeschud, tot er grote hopen druiven lagen. Brood en wijn, kaas en bier werden erbij gezet. Dan begon het oogstfeest met muziek en veel plezier, de hele nacht door. En als in de vroege ochtend de vermoeide mensen naar huis gingen, dan droomden zij al over het oogstfeest van het volgend jaar.

Maar toen kwam er een jaar dat het weer heel erg tegenviel. Het begon al in het voorjaar, toen er nog sneeuw lag, terwijl er al lang bloemen hadden moeten zijn. De lente kwam met almaar regen en felle hagelbuien. Ook de zomer was nat en koud, en de zon scheen nauwelijks.

Al lang voor het einde van september begrepen de mensen dat de druivenoogst was mislukt.

“En het oogstfeest dan ?”, vroegen de kinderen. “Die zal wel niet doorgaan”, was het antwoord.

De kinderen konden het niet geloven, en ze besloten om het meneer Theodoor zelf te gaan vragen.

“Is de oogst echt mislukt ?”, vroegen ze met bange stemmetjes. “Ja, ja dat is zo”, zuchtte Theodoor.

“Maar het feest”, fluisterden zij, “komt dat er nog wel ?Meneer Theodoor keek peinzend. “Ik zal er eens over na denken”, zei hij.

 

Diezelfde dag nog overlegde Theodoor met zijn vrouw Louisa. “Zullen we toch maar een oogstfeest geven, wat denk je ?”, vroeg hij. “Waarvan dan wel ?”, wilde ze weten. Theodoor sprak: “Het is wel niet veel, maar we kunnen toch zeker drie kleine manden vullen met druiven. En de mensen begrijpen heus wel dat het feest niet zo kan zijn als anders”.

Die zondag nodigde meneer Theodoor iedereen uit voor het oogstfeest. De grote tafel stond al buiten, net als altijd, met daarop brood en wijn, kaas en bier, en een paar handen vol druiven. “Vrienden”, zei meneer Theodoor, “We vieren gewoon feest met wat we hebben”. Maar toen haalden de stralende dorpelingen van achter hun ruggen alles tevoorschijn wat ze hadden meegebracht. Appels en peren, geitenkaasjes, eieren en vruchten, bloemen en groente, teveel om op te noemen.

En, blij verrast, zag iedereen dat de oogsttafel nog nooit zo vol was geweest.

 

 

De redder in de nood.

         Het is warm. Bart ligt op zijn bed en staart naar het plafond. Hij baalt. Morgen heeft hij een proefwerk maar dat vindt hij nog niet eens zo erg. Nee, ach, weet je, proefwerken heeft hij wel vaker en dan is hij wel een beetje zenuwachtig, maar dat hoort erbij. Maar het proefwerk van morgen gaat over procenten en daar snapt hij nu werkelijk helemaal niets van. De juffrouw heeft het al een paar keer heel geduldig uitgelegd maar nu durft hij echt niet meer te vragen of ze het nog een keer wil uitleggen. En iedereen in de klas zegt dat ie het snapt maar daar gelooft Bart helemaal niks van. Ja, Thomas, die gekke Thomas met die rare kleren aan, die altijd alleen staat te koekeloeren tijdens het speelkwartier en met gym niet eens aan de ringen kan zwaaien, ja, die zal wel weten hoe het zit met die stomme procenten. Want Thomas weet alles; ze noemen hem de Professor.

         Bart heeft een idee: hij zal zijn beste vriend Job eens bellen. Misschien wil die hem wel helpen. Maar Job heeft geen tijd; hij zit met zijn buurjongen te computeren en hij heeft pas een vetgaaf spel voor zijn rapport gekregen. Daar wil hij nu echt niet bij worden gestoord want hij is flink aan het winnen.

         Dan denkt Bart aan zijn nichtje Yvonne, die enkele straten verder woont, Laatst heeft hij haar ook geholpen met taal en toen zei ze dat zij hem ook zou helpen als het een keer nodig zou zijn. En nu was het nodig! Maar ook Yvonne wil Bart niet helpen. "Ja, sorry hoor, Bart, ik heb nu echt geen zin. Ik heb vandaag een rotdag gehad op school en op de bieb kon ik het boek niet vinden dat ik zocht.''

         Bart is verdrietig. Wat moet hij nu doen? De tranen prikken in zijn ogen. Onderweg naar huis schopt hij tegen een tak aan. " Hoi Bart", hoort hij opeens. Hij kijkt op. Oh nee, hè, het is die gekke Thomas uit zijn klas. "Hoi", mompelt hij.

Hopelijk ziet niemand dat hij met Thomas praat, want met Thomas praat je niet. Maar dan houdt hij het niet meer uit en begint hartstochtelijk te snikken. Eerst gebeurt er niets maar dan voelt Bart een hand op zijn schouder en hoort hij Thomas zeggen: " Goh, Bart, wat is er?" Het kan Bart ook niets meer schelen en hij vertelt aan Thomas wat hem dwarszit. " Maar dan help ik  jou toch. Als je dat tenminste wilt. Weet je, het is allemaal niet zo moeilijk hoor, met die procenten. Kom maar mee, ik woon hier vlakbij."

         Dat doet Bart. En Thomas legt hem geduldig uit hoe het met de procenten zit. En hij kan dat veel beter dan de juffrouw. En wat een leuke kamer heeft hij, en kijk eens, hij verzamelt ook modelvliegtuigjes. Bart weet niet wat hij meemaakt. En wat kun je lachen met Thomas! De moeder van Thomas vraagt of Bart blijft eten en dat doet hij.

         Bart haalt een goed punt voor zijn proefwerk. En, oh ja, vanmiddag komt Thomas bij hem spelen.

 

Cécile Vertegaal

 

Bij elkaar rond Jezus (naar Matteüs 4, 18-22)                  

Jezus had veel vriendjes. En net als jullie speelde Hij graag buiten. Een ding kon Hij heel goed. Weet je wat ? Hij kon heel goed kijken. En nog iets: Hij kon goed horen. Toen Hij klein was en met zijn vriendjes naar buiten ging, zag Hij bloemen in het veld. En Hij zag de vlinders. Hij hoorde de bijen zoemen en de vogels fluiten. Het was zo fijn bij elkaar, bij z’n vader en moeder en bij zijn vriendjes.

 

Maar toen Hij groter werd en nog steeds zulke goede ogen en oren had, zag Hij niet alleen maar fijne en mooie dingen.

Hij zag mensen die alleen waren, die niet mee mochten doen, die er niet bij hoorden. En toen Hij groot was, zag Hij hoe mensen zelfs de stad uit werden gejaagd, omdat ze ziek waren, of omdat ze zwerver waren. Die moesten het in hun eentje maar uitzoeken. Er was niemand die iets om ze gaf.

“Hoe kan dat nou ?”, dacht Jezus. “God is toch de Vader van ons allemaal. We horen toch allemaal bij elkaar !”. Zo dacht Jezus. En weet je wat Hij ging doen ? Hij ging weg uit zijn dorp, op zoek naar mensen die alleen waren.

Op een dag komt Jezus een blinde man tegen. Hij geeft hem een hand en helpt hem. “Wij horen bij elkaar”, zegt Hij. Hij gaat naar alle zwervers en zieken toe. Overal trekt Hij rond om te vertellen dat God de Vader is van alle mensen.Veel mensen luisteren naar Hem.

 

Op een morgen loopt Jezus langs de kant van een groot meer. Hij denkt: “Ik wil nog veel meer mensen

helpen. Maar ik kan het allemaal niet alleen. Ik heb helpers nodig”.

 

Daar ziet Jezus een paar vissers. Ze staan bij hun bootjes. “Zulke mensen heb ik nodig”, denkt Jezus. Hij praat met ze en vraagt: “Simon en Andreas, willen jullie met me meegaan om mensen te helpen ?” Simon en Andreas zien wel dat Jezus een heel bijzondere man is. Maar kunnen ze hun boot zomaar in de steek laten ? Ze kijken Jezus nog eens aan. “Ja, we doen het !”, zeggen ze allebei. Ze laten alles achter en gaan met Jezus mee.

 

Naderhand zijn er nog veel meer mensen bij gekomen. En allemaal zeiden ze net als Jezus: “God is de Vader van alle mensen. Iedereen hoort erbij !”.

 

 

Ik zal niet geloven in het recht van de sterkste,

in de taal van wapens en geweld,

Maar ik wil geloven in het recht van de mens,

in de kracht van vergeving,

in de weldaad van de liefde.

Ik zal niet geloven

dat honger en oorlog onvermijdelijk zijn

en vrede onbereikbaar.

Maar ik durf te geloven

in Jezus’ woorden en daden, in de nieuwe mens.

Ik durf te geloven in Gods belofte

van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

waar gerechtigheid en vrede zal zijn

voor altijd en iedereen. Amen.

 

 

Moge God met ons allen zijn, met ons die op weg zijn naar de toekomst;

dat de Eeuwige de paden verlicht waarlangs wij gaan,

onze voeten beschermt die ons brengen naar een onbekende toekomst.

Mogen we in vrede gaan.