|
|
|
Rooms-Katholieke Parochie Boxmeer |
|
* Actueel * Koren * Pastores * Bestuur * Beleid * Archief * Links |
|
Boxmeer ligt Na 1648 waren in
de wijde omgeving van Boxmeer de katholieke kerken gesloten, de priesters
verdreven en protestantse predikanten aangesteld. Deze protestantse invloed
zag Albert als een bedreiging van zijn souvereiniteit. Daarom werd aan de
karmelieten opgedragen het volledige pastoraat in Boxmeer en omgeving over te
nemen en de vele mensen op te vangen die uit de omtrek van Boxmeer kwamen om
de sacramenten te ontvangen. Verder moesten zij, om het aanzien van de plaats
te vergroten, een latijnse school openen. In het bijzonder en nadrukkelijk
kregen zij de opdracht de grafelijke rechten te verdedigen en te bevorderen. Andreas Creusen,
bisschop van Roermond, waartoe Boxmeer behoorde, gaf op 14 augustus 1653 zijn
toestemming voor de stichting. Op 24 juni 1654 droeg de toenmalige pastoor
Peelen de zielzorg over aan de karmelieten. De
karmelieten De oorsprong van
de orde der karmelieten ligt op de berg Karmel in Palestina. Rond 1210
besloten kluizenaars, wonend op die berg en afkomstig uit Europa, zich tot een
religieuze orde aaneen te sluiten. Van oudsher was met de naam van de berg
Karmel de naam van de oudtestamentische profeet Elia eng verbonden. Vanaf het
begin tot in onze tijd wordt hij door de karmelieten beschouwd als hun
geestelijk leider. De eerste
karmelieten woonden bij een kapelletje dat toegewijd was aan Maria. Daaraan
danken zij hun officiële naam: Broeders van Onze Lieve Vrouw van de Berg
Karmel. Sindsdien is Mariaverering een bijzonder kenmerk van de karmelieten
gebleven. Na 1230 toen de
invloed van de Saracenen steeds sterker werd, moesten de monniken het Heilig
Land verlaten. Zij verspreidden zich snel in heel Europa. In de 15e
eeuw ontstond ook een vrouwelijke tak van de orde, de karmelitessen. In de 16e
eeuw scheidde een vernieuwingsbeweging zich van de oude orde af en vormt
sindsdien de Orde van de Ongeschoeide Karmelieten. Het Heilig
Bloedwonder en de Vaart Twee
gerespecteerde inwoners van Boxmeer verschenen op 13 juni 1618 voor de schepenbank
van die plaats. Johan Verhaegh was geboren en opgegroeid in Boxmeer en had er
altijd gewoond. Dat gold ook voor Jaexken Moren. De twee waren naar de
schepenbank gekomen op verzoek van pastoor Johannes Franssen en de
kerkmeesters jonker Goder van Erp en Johan van den Par. Het was Johan
Verhaegh die verklaarde:
De verklaringen
van Verhaegh en Moren uit 1618 vormen het eerste schriftelijke bewijs van het
Heilig Bloedwonder in Boxmeer. Toch zijn er
enkele aanwijzingen die erop duiden dat het wonder eerder moet hebben plaatsgevonden.
Want in 1482 schonk kanunnik Johannes van Meer aan de parochie Boxmeer een
zilveren schrijn om het corporale in te bewaren. Ongeveer in dezelfde tijd is
het Gilde van het Heilig Sacrament en van het Heilig Bloed opgericht (Het
Heilig Bloedsgilde houdt overigens zelf 1450 als stichtingsjaar aan). Volgens Antonius
Peelen, pastoor in Boxmeer van 1628 tot 1654, moet het wonder omstreeks 1400
hebben plaatsgevonden. Hij concludeerde dit aan de hand van verbouwingen van
de parochiekerk. Rond 1380 werd namelijk het oude schip afgebroken mét het
altaar waarop het Wonder zou zijn geschied, aldus Peelen. Hij vermoedde dat
het Bloedwonder wellicht de aanleiding is geweest voor het bouwen van een
grotere kerk. Mede vanwege de
godsdiensttwisten ging het eerste Bloedsgilde in de 16e eeuw
teloor. Maar in 1599 werd het gilde heropgericht. Het oudst bewaard gebleven
gildenreglement dateert van 8 mei 1687. In de 18e eeuw viel
het gilde opnieuw ten prooi aan allerlei onheil, waaronder geldgebrek. Rond
1836 was er daarom weinig meer van het gilde over, zodat pastoor Strick drie
jaar later het Heilig Bloedsgilde ontbond. Het vaandel uit de 18e
eeuw ging naar het klooster van de karmelieten. Pas bij de inwijding van de
vernieuwde en vergrote parochiekerk in 1885 werd het weer gebruikt. Op 21 augustus
1921 werd het Heilig Bloedsgilde nieuw leven ingeblazen. In het jaar 2000
vierde het twee maal heropgerichte Heilig Bloedsgilde haar 550-jarig bestaan.
Op 10 mei 1940 vielen Duitse
troepen Nederland binnen. Tijdens de Vaartweek een maand later trokken er
geen processies door Boxmeer. Nadat in 1952 de
nieuwe Sint Petruskerk gereed was gekomen en de relikwie van het Heilig Bloed
in een afzonderlijke kapel een definitieve plaats had gekregen, kreeg de
Vaart weer de pracht en uitstraling van vóór de oorlog. In 1969 werd er
onder de parochianen van Boxmeer een enquete gehouden met als centrale vraag:
moet de Vaartprocessie doorgaan of niet ? Een overgrote meerderheid sprak
zich uit vóór handhaving van de Vaartprocessie. In het jaar 2000
werd 600 jaar Vaart gevierd. Vaart 2003
|